Wat geweest is in november

 

Ton heet de beide heren die de lezing van deze avond "Mijn biotoopaquarium" verzorgen, René van den Berg lid van A.V. De Rijswijkse en Henk de Vree lid van Paluzee, Zoetermeer welkom en geeft hen het woord.

 

René van den Berg opent de lezing met het voorstellen van Henk de Vree. Henk is degene die de PowerPoint presentatie gemaakt heeft. En deze presentatie heeft een extra dimensie. Er worden niet enkel foto's vertoond, maar ook de mogelijkheid van een kort filmpje is toegepast.

René vertelt dat hij zich gespecialiseerd heeft in een biotoopaquarium voor discusvissen en zich niet specifiek bezighoudt met het kweken van deze vissoort. Ter voorbereiding van de te bouwen inrichting van zijn aquarium heeft hij naast het lezen van boeken ook de kunst afgekeken bij Nanne de Vos. Nanne runt een aquariumwinkel in Arnhem en is in het verleden met zijn aquarium derde geworden op een Wereld-kampioenschap. Nanne heeft zijn hobby nog verder uitgebreid. Hij heeft onder zijn huis een vijver gegraven en de kelder van een glaswand voorzien!

Bij Nanne heeft René het toepassen van kunsthars en kleurstoffen geleerd en ideeën opgedaan hoe een zo natuurgetrouwe oever vorm te geven. Verder benadrukt hij dat hij veel van huiskeuringen heeft geleerd.

 

René geeft het advies om ter voorbereiding van de bouw van een biotoopaquarium een ontwerp te tekenen. Het maken van een tekening doet je nadenken over de mogelijkheden en onmogelijkheden. René realiseert zich dat het uiteindelijke resultaat meestal sterk afwijkt van het plan, maar een uitgekiend ontwerp vooraf voorkomt frustraties tijden de bouw. De afmetingen van zijn biotoopaquarium zijn 160*60*60 cm3, voldoende groot voor discusvissen, voldoende klein rekening houdend met de kosten van de nodige waterverversingen en het elektriciteitsverbruik door verlichting, pompen en verwarming. En dat de waterrekening aan de hoge kant is, vindt zijn oorzaak in de osmoseapparatuur. Osmose van water gaat gepaard met veel waterverlies. Per liter gewonnen osmosewater, spoelt 4 liter water het riool in! Gelukkig maar dat water op dit moment niet veel kost!

 

De huidige biotoop is gerealiseerd na een opknapbeurt van de woonkamer. Het aquarium verhuisde daarbij en stond daarom droog. Omdat de gekochte achter- en zijwandbekleding niet aan de wens voldeed, is deze ruw gemaakt en is er vervolgens extra reliëf op aangebracht. De hiervoor gebruikte materialen waren piep- en purschuim. Vervolgens werd een laag hars op de achter- en zijwand uitgesmeerd en direct natuurlijker gemaakt door er zand tegenaan te gooien. René heeft hiervoor het gelige, scherpe Maaszand gekozen. Deze handelingen moeten een aantal malen herhaald worden, net zolang tot je tevreden bent met het resultaat. Dit tevreden zijn hangt niet alleen af van het bereikte reliëf. Naast het creëren van een voldoende dikke zand(hars)laag is ook de kleur van het hars van belang. Tijdens het uitharden wijzigt de kleur van het hars en het toegevoegde pigment is een mengsel van felle kleuren. Het eindresultaat is elke keer weer een verrassing. Uitproberen dus. Een praktische tip is dat je de voorruit moet afplakken. Gemorst hars blijf je zien en een beschadiging / kras is onherstelbaar. Afplakken geldt voor een bestaand aquarium. Bij een nieuw aquarium zou je de voorruit er later in kunnen lijmen. Dit later in lijmen heeft bovendien als voordeel dat het tegen de wanden aangooien van het zand aanzienlijk eenvoudiger gaat.

Het is een aardig effect wanneer uit de oever een (houten)wortel steekt en er ook stenen in de oever zijn opgenomen. Men krijgt dan het effect dat de oever door erosie wordt gevormd. Vervolgens kunnen er steenformaties tegen de wanden opgebouwd worden. Kies hiervoor, en voor in de wanden verwerkte keien, keien die niet te licht gekleurd zijn (bij voorkeur donker grijs). En is de creatie naar je zin, weet dat je ondanks dat, je in de loop van de tijd de keien blijft verplaatsen. (Even ertussendoor; diepte wordt gesuggereerd door grote keien vooraan te leggen en kleinere meer naar achteren!) Natuurlijk worden er ook veel takken aangebracht, want de discus leeft daartussen. Laat een tak vanaf de dekruit het water insteken. Geheid succes. Succes heb je ook als je bladeren van de beuk of van de tamme kastanje op de bodem hebt liggen.

 

Vervolgens wordt het aquarium met water gevuld. Puur osmosewater is niet goed. Het is van opgeloste stoffen ontdaan. Daarom moet osmosewater gemengd worden met onbehandeld leidingwater om tot een goede pH- en KH-waarde te komen. Genoemde goede waarden zijn een pH van 6 tot 7, een KH van 3 en een GH van 6. Overigens, des te hoger de KH, des te moeilijker het is om de pH naar beneden te krijgen!

En natuurlijk moet dit water gefilterd worden. René heeft hiertoe een snelfilter geïnstalleerd, een Eheim-pot, om het water vrij van zweefvuil te houden. Het nitraat gaat hij naast regelmatig water verversen te lijf middels een biologisch filter van 260 liter. Aan nitraat hebben discusvissen namelijk een grote hekel!

De filter bestaat uit vier vakken. Het instromende water wordt middels een "droog" filter, een mandje boven water gevuld met watten, ontdaan van grof vuil. Dit mandje staat op een laag keramiekpijpjes, een goed substraat voor de bacteriën die het water zuiveren. Vervolgens stijgt het water in een tussenvak op en stroomt over de glasrand het volgende vak in. In dit tweede vak passeert het water een van de zijkant gezien diagonaal geplaatste spons en wordt opnieuw gefilterd door een voor de afstroomopening geplaatste, rechthoekige spons. Het derde vak is gevuld met keramische pijpjes waar bovenop twee bakjes gevuld met Siporax staan. (Op Internet is alles over dit filtermateriaal te vinden.) Tenslotte komt het water in het vierde filtervak terecht. Hierin staan twee pompen. Eén pomp pompt het water retour het aquarium in. De tweede pomp pompt het gefilterde water rond door een C02 -reactor. Het C02 zorgt evenals het regelmatig toevoegde eikenextract, voor de voor de vissen optimale zuurgraad. De C02 -dosering wordt met de hand afgesteld, dag en nacht een klein beetje (risicovol i.v.m. plotselinge pH-dalingen). Dit vierde vak is overigens ook een uitgelezen plaats voor de verwarming. Ten aanzien van het onderhoud van de filter adviseert René de verschillende vakken, zeker niet tegelijkertijd, zo af en toe schoon te maken. Niet tegelijkertijd om de bacteriepopulatie niet te veel te verstoren. Uiteraard geldt deze opmerking niet voor het Eheim- en het "droge" grofvuilfilter. Voordat de levende have geplant en losgelaten kan worden, behoeft een aquarium ook verlichting. Deze bestaat uit drie TI-buizen van 58 Watt, kleur 820, 830 en een speciale colorplus buis. De lichtopbrengst van de buizen wordt geoptimaliseerd middels erboven gemonteerde reflectoren. De beplanting in het aquarium van René bestaat uit Vallisneria gigantea, Hydrocleis nymphoides en Ceratopteris cornuta. De laatst"genoemde plant wordt in Nederland eikenbladvaren genoemd en de grofbladerige vorm die René in zijn aquarium houdt, is een kosmopoliet en komt ook in tropisch Zuid-Amerika voor. René laat deze plant in het aquarium drijven. De grote wortelpruik haalt veel voedsel uit het water. De H. nymphoides houdt René kort omdat deze plant anders drijfbladeren vormt.

 

Zoals gezegd, voordat je discusvissen gaat verzorgen, moet je eerst veel lezen. Veel literatuur is in het Duits. Gelukkig voor hen die de Duitse taal niet goed machtig zijn, veel ervan is in het Nederlands vertaald. Duitsland is ver met kweken, maar is niet zo bezig met biotoopaquaria. Concluderend stelt de spreker dat de Discus niet moeilijk om te houden is. Van belang is de temperatuur van het water, optimaal 280C, de pH beneden de 7 en een laag nitraatgehalte.

En dan komt de aanschaf aan bod. René drukt ons op het hart: "Goed beginnen!!!!"

 

Waar moet je bij aanschaf zoal op letten:

.           De grootte van het lichaam:

Koop, wanneer je de vissen in een biotoopaquarium gaat houden, nooit exemplaren onder de 10 centimeter diameter. Kleinere vissen moet je namelijk 6 tot 7 keer per dag voeren. In een biotoopaquarium is dat door de vervuiling die voeren met zich mee brengt (fosfaat en nitraat met name), niet te doen. Je zit dan vast aan minstens drie keer per week water verversen. Bij vissen vanaf 10 centimeter kun je volstaan met 3 tot 4 keer voeren per dag. (Wanneer je het Internet mag geloven, produceren de vissen per dag zo’n zeven keer hun gewicht aan afvalstoffen, poep en pies).

.           De vorm van het lichaam:

Zo rond mogelijk, is het advies. Is de vorm ovaal, dan hebben de vissen een groeiachterstand opgelopen en deze is nooit meer in te halen.

.           De grootte van de ogen:

Let erop dat de grootte van de ogen in verhouding is tot de grootte van het lichaam. Bij stagnerende groei van het lichaam blijven de ogen namelijk doorgroeien.

.           Nieuwsgierigheid:

Discusvissen zijn nieuwsgierige vissen en hebben altijd honger. Dat betekent dat ook op hen het Pavlov-effect van toepassing is en ze dan ook, als je voor het aquarium verschijnt, komen kijken of er voer te verwachten is. Trachten de vissen zich te verstoppen en zijn ze donker van kleur, niet kopen, ze zijn niet in hun schik.

.           Ontlasting:

Let erop dat de vissen geen witte slierten in de ontlasting hebben. Discusvissen hebben gauw last van een flagellaat die in de darm parasiteert. Er ontstaan secundaire bacteriële infecties op de huid, bleke en bloederige plekken, en de slijmhuid wordt dikker. Hierdoor kunnen hele stukken huid loslaten. Omdat deze parasiet voornamelijk in de darm parasiteert, zijn de uitwerpselen door de ook hier vermeerderde slijmopbouw en de bijkomende secundaire infecties wit en slijmerig. De parasiet is bijzonder gevaarlijk voor jonge discusvissen! Houdt voor de zekerheid een ziekenboeg, een extra aquarium, achter de hand en zorg dat je weet / wordt lid van de Discus Club Holland. In deze vereniging is veel kennis aanwezig, ook over medicijnen.

.           Vinnen:

De vinnen moeten gaaf zijn.

.           Mannetjes en vrouwtjes:

Mannetjes zijn veelal groter dan vrouwtjes van dezelfde leeftijd. Koop daarom grote en kleinere exemplaren van dezelfde leeftijd. Andere verschillen zijn: de mannetjes hebben een bredere kop, verlengde vinnen en een bredere staart.

 

En wanneer de omstandigheden goed zijn, dan vormen zich al snel stelletjes en hebben ze op een zekere dag eitjes.

 

De natuurlijke vindplaats van discusvissen is de Amazone. De in deze rivier gevangen vissen worden in de handel vaak naar hun vindplaats vernoemd. De geslachtsnaam van de discusvis is Symphysodon en betekent "met in de kaak vergroeide tanden". Het geslacht is onderverdeeld in twee soorten, S. discus (de Heckel) en S. aequifasciatus, met drie ondersoorten. Deze zijn S. aequifasciatus axelrodi (de bruine discusvis), S. aequifasciatus aequifasciatus (de groene discus vis) en zijn S. aequifasciatus heraldi (blauwe discusvis). Alle nakweek van de discusvis komt voort uit kruisingen tussen deze wildvangsoorten. Ook in de natuur komen tussenvormen voor. Opvallend aan de Heckel is de brede, zich duidelijk aftekenende vijfde verticale band.

 

De huidige discusbevolking in het aquarium van René bestaat uit 6 bruine discusvissen plus twee stuks van een nakweek. Deze nakweek is groot geworden in het biotoopaquarium. Zestien jongen uit een legsel van ca. zestig eieren bereikten volledige wasdom. Maar daarmee was de school voor het aquarium te groot. Dit bleek onder andere uit sommige vissen met een donkere kleur. Het grote probleem was natuurlijk het constant bijvoeren en daarmee de waterkwaliteit. Opvallend is dat des te langer het duurt voordat jonge vissen op kleur komen, des te mooier ze worden. Natuurlijk is de keuze wat betreft de noch in het aquarium zwemmende nakweek gevallen op de mooiste jongen.

 

Voor volwassen discusvissen is 2 á 3 keer voeren per dag voldoende. Een discus is een alleseter. Rode, witte en zwarte muggenlarven, kokkels, runderhart (door dit te mengen met knoflook of uien hebben de vissen minder last van flagellaten), mosselvlees, garnalen (waarin caroteen voor rode kleur) en je kunt ook levend voer scheppen. Het voeren van enchytreeën en regenwormen zorgt voor een gewaardeerde afwisseling op het menu. Voer kun je goed zelf samenstellen. Als voorbeeld geeft René een mengsel van runderhart, spinazie, vitaminen en gelatine. De laatste toevoeging is bedoeld om bij het voeren het mengsel in het water niet direct uit elkaar te laten vallen. De componenten worden met een mixer goed gemengd.

 

Vissen die goed met discusvissen samen gehouden kunnen worden, zijn de Corydoras sterbai, de Corydoras adolfoi, citroentetra's en de diverse soorten bijlzalmpjes en roodneuszalmpjes. Corydoras-soortren moet je in scholen houden van twaalf tot twintig stuks en bij het bijlzalmpje moet je ervoor zorgen dat alle openingen dusdanig verkleind worden dat uit het aquarium springen niet meer lukt.

De discusvissen van René delen het aquarium met meervallen, zoals een Golden niger of nugget L018, een meerval behorend tot het geslacht Baryancistrus) en een harnasmeerval behorende tot de familie Loricariidae. Verder scharrelt er een school Corydoras adolfoi over de bodem. Deze vis kan zeer goed tegen hoge temperaturen. De vissen hebben zich nog niet in het aquarium voortgeplant. Om dit voor elkaar te krijgen, zou je de waterstand in het aquarium moeten verlagen en zou vervolgens een regenbui (kouder water) nagebootst moeten worden.

 

Discusvissen worden in een kaal aquarium gekweekt met als afzet substraat veelal een gebakken kleikegel. Dit in verband met de hygiëne. De bodem van een op die manier ingericht aquarium is gemakkelijk schoon te houden. Dat is belangrijk want de ouders produceren veel vuil en het voeren van de jongen, zo’n zes keer per dag, geeft ook veel afval, onder andere voedsel dat niet opgegeten wordt. Eén en ander heeft tot gevolg dat er twee á drie keer per week een substantiële hoeveelheid water ververst moet worden.

 

Het afzetten van eieren begint met het poetsen van de afzetplaats. Hierbij verwijdert het ouderstel algen en andere onrechtmatigheden. De volgende fase is het naar elkaar pronken, gevolgd door het in een plakkaat afzetten en het bevruchten van de eieren. De doorzichtige eieren worden door het stel bewaaierd. Wit geworden eieren en vuil worden voorzichtig door de vissen verwijderd. Als de eieren uitkomen, worden de larven in een kluitje verzameld en verzorgd. Het volgende stadium is dat na een week de jongen vrij gaan zwemmen. Het ouderstel, dat tijdens de verzorging van het legsel en het jongbroed een donker lichaam met een licht gekleurde kop heeft, heeft op dat moment over het hele lichaamsoppervlak een witachtig huidsecreet geproduceerd. Dit huidsecreet is het eerste voedsel voor de jongen en helpt hen om het eerste stadium van het vrij zwemmen door te komen. We zien dan de jongen de ouders afgrazen. Overigens is de discusvis niet de enige Zuid-Amerikaanse cichliden soort die op deze wijze jongen in het eerste levensstadium van voedsel voorziet.

 

René en Henk maken in dit deel van de lezing gebruik van één van de mogelijkheden die het digitale tijdperk aan de vertoning van beelden op het witte doek heeft toegevoegd. Ze laten een stukje film zien. We zien een ouderstel dat beide een wolk jongen van het door hen geproduceerde huidsecreet laat snoepen. Dan zwemt één van de ouders snel naar de andere ouder toe, de jongen volgen direct in een wolk. De ouder zwemt dan rond de ander waardoor de zwerm volgende jongen versmelt met de andere jongen en de verloste ouder even zijn of haar vinnen kan strekken.

 

Wanneer de jongen ook ander voedsel dan huidsecreet gaan eten, is het de tijd om pas uitgekomen artemia te voeren. Voer dit een keer of zes per dag, zo dicht mogelijk in de buurt van de jongen. Hiermee voorkom je verspilling van voedsel. Goed voor de kwaliteit van het zwemwater en voor de portemonnee. Probeer de jongen ook te voeren met voer in tabletvorm. De tabletten kleven als je ze ertegen aan drukt aan de ruit. Vooraf de tabletten bedruppelen met een vitaminepreparaat, is het advies.

Twaalf weken na het uitkomen hebben de jongen een diameter van ongeveer 5 centimeter, uitgaande van een watertemperatuur van 29 á 300C. Een veel voorkomende groeistoornis is een te kleine kieuwdeksel. En wanneer er volop met dieren gekweekt wordt, ontstaan er, mede door het kruisen van ondersoorten, variëteiten. Variëteiten in tekening en kleur. De gewilde discusvis is hierop geen uitzondering. Wat men hierin zoal bereikt heeft, is te zien op tentoonstellingen in Duisburg en Antwerpen. Sterk gespikkelde dieren, rode en blauwe dieren en dieren met een lichtgele kop en roze lichaam. Wanneer dit ter sprake wordt gebracht, ontspint zich een discussie over de wenselijkheid hiervan. De biotoopliefhebbers gruwen van deze tak van hobby. De ervaring leert dat op zeker moment er geen raszuiver exemplaar meer in de aquaria rondzwemt. Ook aan de raszuiverheid van de bruine discusvissen van René valt te twijfelen want was er niet een aantal jongen met opvallend rode vinnen? Toch heeft deze tak van de hobby zijn inhoud. Uw verslaggever weet dat in de vogel- en zoogdierwereld een hele wetenschap over vererving is ontstaan. Of een dergelijke overervingleer ook voor (discus)vissen bestaat, is hem niet bekend. Misschien wordt er hard aan gewerkt! En dat deze tak van hobby ook binnen de NBA T leeft, blijkt uit het feit dat aan de keurwijzer de rubriek A4, het keuren van mutanten, wordt toegevoegd. Eén ding is duidelijk, mutanten kweek je door inteelt en het verlies aan eigenschappen. (Eigenschappen kunnen pas sinds kort door mensen en alleen in gespecialiseerde laboratoria worden toegevoegd.) Wanneer je op deze manier gezonde dieren wilt behouden, zul je uiterst nauwgezet moeten zijn in de selectie op verwantschap en vitaliteit.

 

Opgeschreven door Joop Bastiaans Scalare Dordrecht