Wat geweest is in Maart

 

Deze maand was de heer Tomey weer eens te gast bij De Rijswijkse en daar waren gelukkig een flink aantal mensen op af gekomen. De heer Tomey staat altijd garant voor een prima lezing met natuurlijk prachtige plaatjes. Zijn lezing bestond deze keer uit twee delen: het eerste deel ging (op verzoek) over ‘buikschuivertjes’ en het tweede deel stond in het teken van de afgelopen districtskeuring. Na het welkomstwoord van onze voorzitter Ton Blokland kreeg Tomey het woord voor het eerste deel van zijn lezing.

 

Tomey begon zijn verhaal met te vertellen dat het Nederlandse aquarium over het algemeen te vol met planten staat om de bodemvissen goed tot hun recht te laten komen. Bovendien is vaak de samenstelling van de bodem niet geschikt voor bv. grondelende vissen als bv. de bekende pantsermeervallen (Corydoras). Deze vissen beschikken over gevoelige baardharen waarmee ze in de bodem naar voedsel zoeken. Bij gebruik van scherp grint kunnen deze baardharen beschadigen waarmee we deze vissen ernstig benadelen. Als keurmeester let Tomey daar op.

 

Het feit dat er in de vrije natuur zoveel bodemvissen voorkomen heeft te maken met het feit dat er op de bodem relatief veel voedsel te vinden is. Veel bodemvissen prefereren stromend water. Omdat het water stroomt is het vaak wat kouder dan stilstaand water. Voor Corydoras-soorten is een temperatuur van 22oC – 23oC optimaal. In onze aquaria worden ze dus vaak te warm gehouden. Een bekend fenomeen is dat bij verversen met wat kouder water de vissen tot afzetten overgaan. Pantsermeervallen zijn sterke vissen. Ze kunnen wel een jaar of 12 oud worden. Dat heeft ook te maken dat de vissen in het aquarium meer voer krijgen en er bovendien geen natuurlijke vijanden zijn. In de vrije natuur is er een dagelijkse strijd op leven en dood. Dat heb je normaal gesproken in een aquarium niet en dus worden de dieren veel ouder dan in natuur. Tomey heeft zelf Botia sidthimunki die al 30 jaar oud zijn.

 

Tomey liet prachtige plaatjes zien van o.m.: Corydoras robinae, Corydoras schwartzi, Corydoras similis, Corydoras sterbai en Corydoras rabauti.

 

Wat veel mensen misschien niet weten is dat zowel Corydoras- als Botiasoorten beschikken over (giftige) stekels. Bij het vangen van deze dieren kan men daarom het beste een fijnmazig net gebruiken. Een soort bodemvis die goed is aangepast aan het stromende water is Stiphodon. Deze heeft een soort van zuignap tussen de borstvinnen waarmee het dier zich kan vastzetten op stenen. Jos Koster van Danio Rerio heeft deze interessante dieren in zijn aquarium zitten. In een rivier zie je vaak dat stenen op elkaar gestapeld zijn en dat er als het ware woonlagen zijn ontstaan in het water. Iedere woonlaag kent dan z’n eigen specifieke voedselaanbod waar dan weer bepaalde vissen op afkomen. Vissen hebben voorkeur voor een bepaalde plaats vanwege stroming, lichtinval en het voedselaanbod. Dat kunnen er per vis overigens meerdere zijn.

 

Vissen kunnen deze plaatsen ook over grotere afstanden terugvinden. Tomey heeft meegemaakt dat een aantal vissen die hij onder een steen had gevangen en kilometers verder werden uitgezet,  binnen 24 uur weer onder dezelfde steen zaten! Vissen beschikken kennelijk dus over een soort van intelligentie. Een voorbeeld hiervan is ook dat vissen die in de natuur altijd in schoolverband zullen zwemmen dat in het aquarium achterwege laten. De vissen beseffen na verloop van tijd kennelijk dat er geen gevaar te duchten valt. Daarmee vervalt de noodzaak van het in schoolverband zwemmen.

 

Het tweede deel van lezing van Tomey was een vervolg op de districtskeuring. De verscheidenheid aan planten zoals je die in een aquarium tegenkomt kom je in de natuur normaal gesproken niet tegen. Alleen op plaatsen waar bv. door het ingrijpen van de mens een lichte plaats is ontstaan zie je vaak meerdere planten staan. Maar dat zijn uitzonderingen.

 

In het aquarium zal het maximale aantal vissen dat zich kan handhaven worden beperkt door de grootte van het aquarium. Dat zie je bv. bij keizertetras Nematobrycon palmeri. Deze vis plant zich gemakkelijk voort in een aquarium maar het aantal exemplaren zal na verloop van tijd niet verder meer stijgen. Vissen scheiden feronomen af wanneer er gevaar dreigt. Dat is goed te merken als je vissen wilt gaan vangen. Na korte tijd zie je de vis dan niet meer.

 

Willen planten goed blijven groeien dan zal er voeding in de bodem aanwezig moeten zijn. Een bodem is niet onuitputtelijk dus je zult na verloop van tijd wat meststoffen in de bodem moeten aanbrengen in de vorm van bv. kleikorrels. Houdt de bodem echter wel luchtig want anders kan de bodem verstikken. Het is daarom gunstig om uit te gaan van een en dezelfde korrelgrootte . Doe je dit niet dan zal na verloop van tijd als gevolg van trillingen de bodem gaan inklinken.

 

Op het gebied van de verlichting verwacht Tomey dat verlichting gebaseerd of LED steeds meer zal gaan worden toegepast. Deze techniek biedt de mogelijkheid om meer met ‘spot’ verlichting te werken en is bovendien energiezuinig. Enige nadeel op dit moment is dat het qua kleur nogal ‘koud’ licht is.

 

Tomey is lid van de ‘Ornamental Fish International’ (OFI) en vertelde dat er plannen zijn om de export van alle Barbelen en Labyrinthvissen te gaan verbieden i.v.m. een ziekte die door door deze vissen wordt verspreid en mogelijk ook gevaarlijk is voor mensen. Hopelijk komt het zover niet.

 

Ik realiseer me dat ik niet alles wat de heer Tomey heeft verteld in het verslag heb kunnen opnemen. Het was domweg te veel op allemaal op te schrijven maar het was weer bijzonder interessant en we zien hem graag weer terug bij ‘ De Rijswijkse’.  

 

Na afloop van de lezing was er een plantenverloting met deze keer een zeer groot aantal  planten. Waarvoor onze hartelijk dank.

 

Volgende maand is er geen lezing maar hebben we een gezamenlijke veilingavond met Danio Rerio.  De ervaring leert dat er voor ieder wel iets leuks bij zit.

 

Tot de volgende keer.

 

Jan de Reus