Wat geweest is in Juni 2012

 

Ondanks het EK waren toch een groot aantal leden van De Rijswijkse present op de juni-avond. Onder de aanwezigen ook Peter Kettenis die na zijn herseninfarct gelukkig weer zodanig hersteld was dat hij weer van de partij kon zijn. Welkom terug, Peter. Ons bestuurslid Theo Peeters is geopereerd aan zijn voet maar was toch zodanig mobiel dat hij de avond toch kon bijwonen. Piet Muller was afwezig ivm deelname aan de NBAT Natuurstudieweek. Arnold Seesink opende de avond en gaf vervolgens Jan de Reus het woord. Jan is benaderd door iemand van de stichting Youmanitas. Men zoekt naar mensen met kennis van aquarium/vijverinstallaties voor het opzetten van een kweekinstallatie. Mochten er mensen geÔnteresseerd zijn dan kunnen zij zich melden bij Jan de Reus.

 

Vervolgens kreeg onze spreker de heer Jaap Liefting het woord voor zijn lezing:

ĎBemesting van waterplantení. Jaap is voorzitter van de Werkgroep Aquatische Planten (WAP) en daarnaast ook voorzitter van AV ĎDe natuur in huisí uit Alphen aan den Rijn.

 

Jaap begon zijn verhaal met het tonen van het aantal fraai beplante aquaria en stelde dat ieder aquarium uniek is omdat de eigenaar uniek is. Om een goed resultaat tebereiken kun jij verschillende methodes toepassen. Jaap gaf a.d.h.v. voorbeelden van bekende aquarianen wat zoal de verschillen kunnen zijn. Zo zie je vaak een afwijkende verlichtingsduur, wel/geen CO2, wel/geen stroming enz.

 

Je kunt onderscheid maken tussen High tech en Low tech aquaria. Je hoeft niet persť CO2 toe te voegen om toch een goede plantengroei te krijgen. Er zijn vele wegen die naar Rome leiden. Wel is het zo dat als je weinig verschillende soorten planten in het aquarium hebt zitten, je gemakkelijker de verzorging kunt afstemmen op de behoefte van de specifieke plant. Bij Aziatische aquaria met maar 1 of 2 soorten planten is het zodoende mogelijk om een recept te gebruiken dat altijd tot een goed resultaat leidt. Gevolg is wel dat deze bakken veel op elkaar gaan lijken. Bij de Hollandse bakken is dat veel lastiger vanwege de grote variŽteit aan planten.

 

Waaruit zijn planten opgebouwd?

Planten zijn grotendeels opgebouwd uit organische moleculen welke bijna geheel uit de elementen koolstof en waterstof bestaan. Deze elementen zijn dus heel belangrijk voor de groei van waterplanten. Voor een goede groei zijn er naast de hoofdelementen: N Stikstof, P Fosfor, K Kalium, Ca Calcium, S Zwavel en Mg Magnesium ook sporenelementen: Fe IJzer, Zn Z nodig. Die laatste slechts in zeer kleine hoeveelheden (vandaar de naam Ďsporenelementen).

 

Gebrekverschijnselen

Bij gebrek aan een hoofd- of sporenelement zal de plant gebrekverschijnselen gaan vertonen. Dat heeft te maken met de wet van Liebig die zegt: Als een voedingsstof mist of onvoldoende aanwezig is, blijft de plantengroei slecht, ook als andere voedingsstoffen in overvloed aanwezig zijn.

Onderstaand een overzicht van de gebrekverschijnselen die ontstaan bij het tekort aan een element.

 

 

NutriŽnt: Molybdeen

Gebrekverschijnsel: Tussen de bladaderen ontstaan bleke plekken. Uiteindelijk veranderenden de bleke plekken in dode plekken. Deze breiden zich uit tot de rest van de bladeren

Gebreklocatie: Het is een mobiel nutriŽnt, waardoor de gebrekverschijnselen eerst in de oude bladeren zichtbaar worden. Later treden ze op in de jonge bladeren

 

NutriŽnt: Nikkel

Gebrekverschijnsel: dode plekken op de bladeren en verminderde groei aan de gehele plant, maar voornamelijk aan de jonge bladeren. Zaden zonder nikkel kunnen niet kiemen.

Gebreklocatie: In de jonge, nieuw ontwikkelende bladeren zijn de tekorten zichtbaar. 

 

NutriŽnt: Koper

Gebrekverschijnsel: Bladeren worden donkergroen en misvormt, ze kunnen krullen en dode vlekken krijgen. de stelen zijn minder sterk en kunnen snel kapot gaan.

Gebreklocatie: Voornamelijk aan de jonge bladeren.

 

NutriŽnt: Zink

Gebrekverschijnsel: De stelen groeien minder lang en de bladeren worden niet met dezelfde regelmaat aangelegd als gebruikelijk. Tussen de bladaderen worden lichte vlekken zichtbaar.

Gebreklocatie: Voornamelijk de oudere bladeren

 

NutriŽnt: Mangaan

Gebrekverschijnsel: Bladeren kleuren geel, en er komen dode plekken op.

Gebreklocatie: Soortafhankelijk kunnen de jonge, de oude of alle bladeren worden aangetast.

 

NutriŽnt: Borium

Gebrekverschijnsel: Wortels groeien niet verder uit, jonge bladeren krijgen een licht groene basis, de bladeren draaien. Uiteindelijk sterft het bovenste deel van de plant. Groei houdt helemaal op.

Gebreklocatie: De wortels, jonge bladeren en top van de plant.

 

NutriŽnt: IJzer

Gebrekverschijnsel: Tussen de bladaderen komen gele vlekken. De stam blijft kort slank.

Gebreklocatie: De oude bladeren en stam.

 

NutriŽnt: Fosfor

Gebrekverschijnsel: Planten verkleuren naar donkergroen, of zelfs rood of paars. Bladeren worden uiteindelijk donkerbruin en sterven af.

Gebreklocatie: Oude bladeren

 

NutriŽnt: Magnesium

Gebrekverschijnsel: Bladeren krijgen gele vlekken en worden rimpelig. Er kunnen ook dode plekjes in de bladeren komen. Bladpunten komen omhoog te staan.

Gebreklocatie: Voornamelijk oude bladeren.

 

NutriŽnt: Calcium

Gebrekverschijnsel: De toppen van wortels en scheuten sterven af. Bladeren buigen om en de uiteinden sterven af, waardoor het lijkt of ze afgeknipt zijn.

Gebreklocatie: De jonge bladeren

 

NutriŽnt: Kalium

Gebrekverschijnsel: Bladeren krijgen profiel van kuilen en heuvels, kleine dode vlakken ontstaan op de bladeren. De stam blijft smal en zwak.

Gebreklocatie: Oude bladeren

 

NutriŽnt: Stikstof

Gebrekverschijnsel: Bladeren worden gelig, en in ernstige gevallen volledig geel en sterven af. In sommige planten worden de bladeren eerst paars.

Gebreklocatie: Voornamelijk de oudere bladeren.

 

 

 

Antagonisten en stimulanten

Om het nog wat lastiger te maken is kan niet alleen een tekort aan een bepaald element de groei belemmeren maar ook een teveel kan nadelig zijn voor de groei. Wanneer het ene element een ander element tegenwerkt noemen we dat antagonisten. Andersom kan overigens ook. De aanwezigheid van een element kan de opname van een ander element bevorderen. Dat noemt men stimulanten. In het Diagram van Mulder is dit middels pijlen weergegeven.

Antagonisme en stimulatie sporenelementen 5,3 kB

Een paar voorbeelden die we uit dit Diagram van Mulder kunnen halen:

Hoeveel is nu nodig van elk element? In onderstaande tabel staat dit aangegeven:

Maar hoe kom je er nu achter of er voldoende elementen en in de juiste verhouding in het aquarium voorkomen? Dat is nog niet zo eenvoudig omdat de meetsetjes die je in de handel kunt krijgen veelal onnauwkeurig zijn. Het advies dat Jaap gaf was om altijd hetzelfde merk te gebruiken en niet naar de waarde in mg/l te kijken maar naar de kleur. Door de kleur te vergelijken met die van een nauwkeurige stockoplossing kom je tot een betrouwbaarder resultaat.

Als je vervolgens voedingsstoffen wil toevoegen kan dat op 2 manieren: kunstmatig (uit een flesje) of natuurlijk (via de mineralisatie van voedseldieren).

Bij de natuurlijke manier wordt ammonia geproduceerd door vissen en afbraakbacteriŽn omgezet naar NO2 en uiteindelijk NO3. Ammonia is giftig. Bij een kunstmatig product wordt direct NO3 aan het water toegevoegd en wordt een teveel aan ammonia voorkomen. Bovendien zijn bij de kunstmatige manier de concentraties van de voedingsstoffen beter te sturen.

Kunstmatig

● NO3 als KNO3

● PO4 als KH2PO4

● Sporenelementen uit een complete meststof

● Soms extra K als K2SO4

Natuurlijk

Nitraatrijk voer: mysis, artemia

● Fosfaatrijk voer: rode muggenlarven

● Voedingsbodem

In natuurlijke wateren wijzen wateranalyses uit dat sprake is van zeer lage concentraties voedingsstoffen. Zo is de geleiding vaak lager dan 50 ĶS. Natuurlijk water is daarom zeker geen aquariumwater.

Bij gezonde, natuurlijke wateren is de toevoer van fosfaat vaak de beperkende factor. Het toevoeren van extra fosfaat zorgt voor een explosieve toename van de plantengroei. Dat leidt dan tot een dikke krooslaag op het water waardoor het zuurstofniveau van het water sterk zal dalen met alle nadelige gevolgen van dien. In het aquarium kan de groei, indien nodig, beperkt worden door het aanbod van licht, bij voorkeur niet door het aanbod van voedingsstoffen. Conclusies uit onderzoek dat is gedaan naar oppervlaktewater kunnen daarom niet 1 op 1 worden vertaald naar de aquariumpraktijk.

Tekorten aan elementen

Bij een tekort aan hoofdelementen kan de plant de fotosynthese producten (suikers) niet verder verwerken zodat deze aan het water worden afgegeven. Algensporen krijgen dan de kans zich te ontwikkelen. Gebrek aan immobiele elementen manifesteert zich in nieuwe bladeren terwijl voor de mobiele elementen de oude bladeren als eerste aangetast worden. Overigens kan het ook voorkomen dat vissen de oorzaak zijn van beschadigde bladeren. De opname van elementen is ook afhankelijk van de zuurgraad (pH) van het water. Een verkeerde pH kan er voor zorgen dat een element hoewel wel aanwezig toch niet kan worden opgenomen door de plant. Verschillende elementen hebben een verschillende pH-bereik waarbij de opname optimaal verloopt. Als je alle elementen combineertdan ligt voor opname van de voedingstof de optimale zuurgraad tussen 6,5 en 7,2 pH. Dat is voor het aquarium een pH-waarde die goed te bereiken is.

Algen

Algen gaan pas groeien als het slecht gaat met de planten (het zijn concurrenten van elkaar). In het aquarium zal altijd algensporen aanwezig die zich gaan ontwikkelen als de omstandigheden voor de alg gunstig zijn. Daarbij is de aanwezigheid van ammonia een sterke trigger. De aanwezigheid van nitraat en fosfaat zijn echter geen oorzaak van algenproblemen.

Chelaten

Omdat sporenelementen in een zuivere vorm zullen reageren met bv. zuurstof, calcium, fosfaat, nitraat enz worden ze ingepakt in zgn. chelaten. Als je bv. IJzer in zuiver vorm in het aquariumwater zou doen zou het onmiddellijk gaan oxideren dwz zich verbinden met zuurstofatomen of fosfaatmoleculen. Dan zou het niet meer door de plant kunnen worden opgenomen en daarom wordt ijzer meestal als chelaat toegediend aan het aquariumwater. De plant neemt het sporenelement compleet met het chelaat op. Er zijn verschillende soorten chelaten met ieder andere eigenschappen. Chelaten vallen uiteen onder invloed van: de pH, licht en bacteriŽn. Doseer daarom sporenelement niet direct na het verversen van water als de pH relatief hoog is maar wacht een paar uur. Goedkope chelaten zijn instabieler daarom bij voorkeur dagelijks toedienen. Bij een stabieler maar duurder chelaat kan dit wekelijks plaatsvinden.

Bemesting met macro elementen

Er zijn 4 methodes voor de toediening van macro elementen:

1.    PPS: Perpetual Preservation System

2.    RR; Redfield Ratio

3.    EI: Estimative Index

4.    EI makkelijk=aangepaste EI

PPS

         Dagelijks plantenvoeding toevoegen. Niet alleen nitraat (NO3) en fosfaat (PO4) maar ook sporenelementen

         PPS Classic vereist wekelijks of maandelijks testen. Water verversen is optioneel.

         PPS Pro is het gemakkelijkste systeem ooit. Geen water testen en water verversen is optioneel.

 

Recept PPS Classic: neem 5 flessen van 500 ml

         Fles SS: 16 gram K2SO4, 20 gram KNO3 , 6 gram KH2PO4

         Fles PF: 20 gram K2SO4 , 20 gram KNO3

         Fles NF: 33 gram K2SO4, 6 gram KH2PO4

         Fles Mg:169 gram MgSO4

         Fles TE: 24 gram Sporen Elementen mix

         Gebruik een calculator om de dagelijkse dosering te bepalen

         Meet eens per week om de dosering aan te passen mbv een tweede calculator

         Na verloop van tijd is eenmaal per maand meten, en eventueel aanpassen van de dosering, voldoende

 

Recept PPS Pro:

         Neem 2 flessen van 1000 ml

         Fles 1: 59 gram K2SO4, 65 gram KNO3, 6 gram KH2PO4 en 41 gram MgSO4

         Fles 2: 80 gram Sporen Element mix

         Doseer dagelijks van elk van de twee flessen 1 ml per 40 liter aquariumwater

         Verversen mag maar hoeft niet

         Meten is niet nodig

 

Redfield Ratio

         Gebaseerd op het idee dat de verhouding N:P = 16:1 molair moet zijn

         Wekelijks NO3 en PO4 meten, en dan toevoegen uit stockoplossingen teneinde de verhouding 16:1 te krijgen

         Berekeningen zijn lastig maar daarvoor kan een calculator gebruikt worden

 

Estimative Index

         Neem twee flessen van 1000 ml

         Fles 1: 200 gram KNO3

         Fles 2: 100 gram KH2PO4

         1 ml per 50 liter uit fles 1 verhoogt het NO3 gehalte met 2,5 mg/l

         1 ml per 50 liter uit fles 2 verhoogt het PO4 gehalte met 1,5 mg/l

         De ene dag NO3 en PO4 geven, de volgende dag sporenelementen, en dat 6 dagen volhouden.

         Een dag niets geven

         Aan het eind van de week aquariumonderhoud doen gevolgd door een grote waterwissel (50%) en weer opnieuw NO3 en PO4 toevoegen

         Per week een totale dosering geven van:

         Geen CO2 en tot 0,5 Watt per liter licht: NO3 10-20 mg/l en PO4 1-2 mg/l

         Met CO2 en tot 0,5 Watt per liter licht: NO3 20-30 mg/l en PO4 2-3 mg/l

         Met CO2 en meer dan 0,5 Watt per liter licht: NO3 30-40 mg/l en PO4 3-4 mg/l

 

Estimative Index aangepast

         Doe in een fles van 1000 ml 163 gram KNO3 en 7,1 gram KH2PO4

         Ververs elke week minstens 50%

         Voeg na verversen toe: 10 ml per 100 liter

         Voeg na verversen sporen elementen toe (indien mindere kwaliteit: sporen- elementen de volgende dag toevoegen)

10 ml per 100 liter is:

         1,63 gram KNO3 per 100 liter

         0,071 gram KH2PO4 per 100 liter

 

Dit verhoogt de concentraties met

         10 mg/l NO3

         0,5 mg/l PO4

 

Bij wekelijks 50% verversen lopen de

concentraties op tot maximaal

         20 mg/l NO3

         1 mg/l PO4

 

Streefwaarden EI aangepast:

         Geen CO2 en tot 0,5 Watt per liter licht: NO3 2-10 mg/l en PO4 0,2-0,5 mg/l

         Met CO2 en tot 0,5 Watt per liter licht: NO3 5-15 mg/l en PO4 0,3-1 mg/l

         Met CO2 en meer dan 0,5 Watt per liter licht: NO3 15-30 mg/l en PO4 0,5-1,5 mg/l

 

En kunnen onze vissen daar wel tegen?

         Nitraat tot 50mg/l is geen probleem

         Fosfaat alleen beperkt door toename van de geleidbaarheid

         CO2 maximaal 30mg/l

         Vissen hebben baat bij een gezond en goed assimilerend plantenbestand

 

En daarmee was deze zeer interessante lezing ten einde gekomen waarvoor Jaap een welverdiend applaus ontving. Wat volgde was de traditionele plantenverloting met ook deze keer weer heel veel planten.

 

Iedereen een prettige vakantie gewenst en we zien elkaar weer terug in September.

 

Jan de Reus