Wat geweest is in Januari

 

Ton Blokland opent de eerste avond van 2010 en wenst daarbij alle aanwezigen een gelukkig Nieuwjaar. Ton heeft het ontzettend druk met zijn nieuwe passie: het dansen. Zo druk zelfs dat zijn aquarium er wat minder bij staat dan andere jaren maar dat er verder niet erg. Volgende maand wordt de algemene ledenvergadering gehouden. Ton roept alle leden op daarbij aanwezig te zijn. Tevens zit de penningmeester nog te wachten op de verschuldigde contributie voor het nieuwe jaar. Gaarne snel betalen aub!

Vervolgens krijgt Dick Poelemeijer het woord voor zijn lezing ‘LICHT EN FOTOSYNTHESE’ . Dick was vorig jaar ook al te gast bij ‘De Rijwijkse’ en hield toen een leuke lezing over zijn houten riparium. Dit keer dus over het onderwerp ‘licht’  waarover hij in 'Het Aquarium' ook al artikelen heeft gepubliceerd.

Dick pakt het onderwerp heel grondig aan d.w.z. er wordt zeer veel informatie verstrekt met een redelijk hoog ‘ technisch’ gehalte. Misschien op sommige punten iets te veel van het goede. Het is soms te veel om zo snel op te nemen. Ik zag dan ook dat sommige mensen dachten van: ‘Ja, het zal wel, gooi maar in m’n pet’ . Ik heb geprobeerd om toch een begrijpelijke samenvatting te schrijven en maak daarbij dankbaar gebruik van de informatie die Dick op zijn website heeft gezet. ( www.aqua-link.nl )
 

De lezing begint met de dia “...zon dichtstbijzijnde fusiereactor...” en de uitleg wat er in de kern van de zon plaatsvindt. In de zon smelten onder zeer hoge temperatuur heliumatoomkernen samen (kernfusie) en daarbij komt dan weer zeer veel energie vrij. De zon eet zich als het ware op en het fusieproces zal een keer stoppen als alle heliumatomen op zijn. Maar geen zorg, dat maken wij niet meer mee. Die bij fusieproces vrijkomende energie wordt o.m. door de zon uitgestraald in de vorm van licht.

De aarde staat op precies de goede afstand tot de zon om leven te mogelijk te maken. Zou de aarde dichter bij de zon staan dan was het hier veel te warm. In het geval we verder van de zon af zouden staan dan was het hier weer veel te koud.

Daarna ging Dick in op wat er onder 'licht' wordt verstaan. De zon straalt licht uit in de vorm van fotonen (lichtdeeltjes). En dan wordt het lastig want er komen begrippen op de proppen als: spectra, golflengtes,  enz.  Het is moeilijk om dit goed te begrijpen maar we doen toch een poging.

Ons menselijk oog (netvlies) is op een deel van het uitgestraalde licht afgestemd. Licht bestaat uit verschillende golflengten. Dat kun je eenvoudig aantonen m.b.v. een prisma. Licht dat door een prisma geleid wordt vertoont spectrale kleurverdeling van de verschillende golflengten (denk aan de regenboog). De golflengtes van spectrale kleuren lopen van 380 nanometer (nm) tot 780 nm. Ultraviolet-C (185 tot 280 nm); UV-B (280 tot 315 nm); UV-A (315 tot 380 nm).

Onthouden: ‘zichtbaar’ wit licht bestaat dus uit verschillende kleuren licht met ieder een eigen golflengte.

Het begrip ‘relatieve spectrale energieverdeling’ heeft te maken met het feit dat niet alle golflengten in gelijke mate aanwezig zijn. De energieverdeling in het daglicht is niet constant maar afhankelijk van weer en tijd van dag (zonsopgang en –ondergang) licht rood (warmtint); overdag blauw (koel).

Nog een begrip: de kleurtemperatuur Kelvin (K). Als je een zwart voorwerp verhit dan verloopt de kleur achtereenvolgens van rood naar geel naar wit naar blauw. Afhankelijk van de temperatuur straalt het verhitte voorwerp dus een andere kleur licht uit. Hoe ‘warmer’ het licht hoe lager het aantal graden Kelvin (K). Op uw TL-lampen kunt u dat ook zien. Kleur 830 staat voor 3000 K, dit is een warmtint. Kleur 840 staat voor 4000 K, dit is een veel wittere (koelere) kleur.
In de tropen varieert het daglicht van 2500 K – 9000 K. Echter, daar is wel sprake van een zeer korte schemering. De lichtsnelheid in de tropen = 500 m/sec. D.w.z. als de zon opgaat zal de grens tussen donker en licht met 500 m/sec verschuiven.

Reflectie en absorptie. Objecten reflecteren in kleuren van het aangeboden licht. Objecten absorberen daarnaast ook lichtenergie; deze wordt meestal omgezet in warmte (een zwarte auto absorbeert vrijwel alle lichtenergie en dat merk je zomers). Sneeuw weerkaatst het niet geabsorbeerde licht. Denk hierbij bv. aan het ‘Alpenglühen’ .

Men kan ook kunstmatig witlicht maken door de drie primaire kleuren rood, groen en violet (blauw) in bepaalde verhouding te mengen. Dat stelt ons in staat om lampen met verschillende ‘kleuren’ te maken.Dat is wat er in onze TL-lampen gebeurt.

Daarna werd aandacht besteed aan het begrip fotosynthese. Ook dit is een nogal complex verhaal. Ik zal u besparen hoe het precies werkt maar u moet onthouden dat in het (groene) chlorofyl onder invloed van licht en koolstofdioxide, suikers en zuurstof worden aangemaakt. En dat hebben planten nodig om goed kunnen groeien. Fotosynthese bestaat op aarde al 3,5 miljard jaar maar wij weten eigenlijk pas sinds kort (jaren veertig) hoe het precies werkt. De door ons verafschuwde blauwe alg speelt bij fotosynthese een belangrijke rol. Het waren de cyano-bacteriën die als eerst fotosynthese gebruikten om daarmee zuurstof te produceren. En die zuurstof is natuurlijk voor onze aarde van essentieel belang. Zonder blauwe alg was er dus geen leven op aarde geweest!

Voorts de benodigde verlichtingsduur voor fotosynthese en het absorptie maximum.  In de tropen ontvangen de planten gemiddeld 12 uur per dag licht. Dat kunnen we ook in het aquarium aanhouden. Iets meer mag ook maar het is zeker niet goed om 24 uur te verlichten. De planten hebben een ‘dag’ en ‘nacht’ ritme nodig. Kunt u ook zien aan sommige planten wanneer zij hun bladeren ’s avonds in de ‘nachtstand’ zetten. De kleur van het licht is van invloed op de groei van de planten. Rood licht zal de planten doen strekken terwijl blauw licht een gedrongen groei veroorzaakt. Lampen dienen daarom zowel rood als blauw licht uit te stralen voor een goede plantengroei. Als u heel veel licht boven een aquarium zet zonder voldoende CO2 zullen de planten na verloop van tijd niet meer assimileren. De fotosynthese stopt dan. U moet de lichtsterkte daarom aanpassen op de beschikbare hoeveelheid CO2. Te veel CO2 toevoeren is overigens ook niet goed want het is giftig voor de vissen!

Ruim aandacht werd besteed aan begrippen als oxidatie en reductie, zomede de bruto chemische reactie voor fotosynthese. Dit is echter voor de leek nauwelijks te volgen dus zal ik het hier weglaten.

De verschillende verlichtingsmogelijkheden en de ontwikkeling van de hedendaagse TLD’s werden eveneens door Dick toegelicht. Belangrijke begrippen die hierbij spelen zijn: lumen – is een maat voor de hoeveelheid licht (lichtstroom) die een lamp uitstraalt (hoe meer, hoe beter). Lux – is een maat voor de verlichtingssterkte, dwz lichtstroom per oppervlakte. Het is duidelijk dat een lamp met een hoger aantal lumen een grotere verlichtingssterkte in lux zal hebben. Houdt er tevens rekening mee dat de verlichtingssterkte onder in het aquarium sterk afhankelijk is van de hoogte van de bak. Hoe hoger de bak hoe meer licht er boven gemonteerd moet worden om toch een acceptabele verlichtingssterkte op de bodem te krijgen. Cryptocorynen hebben een verlichtingssterkte nodig van 200-600 lux. Het zijn planten die floreren in de schadum. In de volle zon is de verlichtingssterkte 7000 lux. M.b.v. luxmeter kun je de verlichtingssterkte eenvoudig meten.

Bij lampen speelt ook de “Ra-waarde” (kleurweergave index) een rol. Een Ra-waarde van 100% is gelijk aan de kleur van het zonlicht. Lampen die beginnen met  ‘9’  (927, 930) hebben een goede kleurweergave index. Daarentegen is het aantal lumen meestal wat minder. Lampen met kleur 830 hebben een iets minder goede kleurweergave index maar leveren weer meer lumen en zijn daarom terecht, veel gebruikte lampen voor het aquarium.

Er zijn verschillende TLD-lampen op de markt waaronder veel ‘dure’ speciale plantenlampen. Dick gaf aan dat je veel beter de gewone TLD-lampen kunt kopen zoals bv. de TLD 830. Die zijn veel goedkoper dan die speciale plantenlampen en hebben dezelfde eigenschappen. Dick liet verschillende voorbeelden hiervan zien. Sommige mensen in de zaal moesten bij deze mededeling even slikken.

Een alternatieve verlichtingsmogelijkheid in opkomst is de LED-lamp. Die lampen zetten efficiënter energie om in licht, je krijgt er dus meer lumen uit per watt maar ze worden nog erg warm. Het moet zich nog bewijzen.

Na de pauze werd de film ‘STRIJD VOOR LICHT’ over het regenwoud in Zuid-Azië vertoond. Deze film sloot goed aan op het deel voor de pauze en liet zien welke invloed licht heeft op de planten in het regenwoud en hoe de planten hierop inspelen.

Na afloop werd Dick beloond met een welverdiend applaus. Wat volgde was de plantenverloting met deze keer ook een groot aantal bloemenboeketten en daarmee was de eerste verenigingsavond weer ten einde.

Tot de volgende keer op de algemene ledenvergadering. U komt toch ook?

 

Jan de Reus