Wat geweest is in April 2010

 

Het was plezierig om te constateren dat veel mensen de moeite hadden genomen om aanwezig te zijn op de aprilavond. Onze voorzitter Ton Blokland opende om 8 uur de avond en heette alle aanwezigen van harte welkom. Piet Muller vraagt of er iemand tegen betaling de bakken bij Hornbach wil gaan onderhouden. Rene v/d Berg weet wel iemand die geïnteresseerd is.

 

De spreker van deze avond is niemand minder dan Wim Tomey die maar liefst 3 diaprojectoren heeft meegenomen voor zijn lezing: ‘Cryptocorynes: coryfeeën in het aquarium’. Tomey vertelde dat er niet veel belangstelling is voor deze lezing want het is alweer 8 jaar geleden dat hij de lezing voor het laatst gegeven heeft. Ten onrechte zal blijken, want Cryptocorynes behoren tot de mooiste planten voor het aquarium. Hoewel ze bij sommigen als lastig te houden bekend staan worden ze in Zuid Oost Azië als ‘onkruid’ beschouwd.

 

Tomey was destijds bevriend met professor De Wit, de cryptocorynespecialist bij uitstek. De Wit was van mening dat Cryptocorynes als moerasplanten moesten worden beschouwd. Tomey is het daar niet mee eens en vind dat het om waterplanten gaat aangezien de planten meestal onder water staan en slechts af en toe bij lage waterstand boven water komen te staan. In de loop der jaren heeft Tomey vele planten voor De Wit meegenomen uit de tropen.

 

Cryptocorynes komen voor in stromend water. Door hun stevige wortelgestel kunnen de planten de stroming weerstaan. De bodem is meestal enigszins zuur (lage pH). Het is daarom aan te bevelen om in het aquarium kleikorrels en wat ijzermest aan de bodem toe te voegen. De bodem dient luchtig te zijn. Het is een groot misverstand om te denken dat torenslakken de bodem luchtig zouden houden. Het tegendeel is waar, de bodem klinkt juist in omdat de slakken ervoor zorgen dat de fijne deeltjes naar beneden zakken en daarmee de bodem inklinkt.

 

Tomey had in zijn lezing onderscheid gemaakt tussen de verschillende gebieden waar Cryptocorynes voorkomen. Als eerste kwam het eiland Sri Lanka aan bod. Dit was vroeger een Engelse kolonie en die hebben er voor gezorgd dat er naast het ontginnen van landbouwgebied ook nog voldoende natuur in stand is gebleven. Het is een prachtig eiland met schitterende natuur. Helaas heeft er vele jaren een oorlog gewoed met de Tamils. Cryptocorynes komen er in grote getale voor net als bv. Aponegetons.

 

Cryptocorynes houden niet van de volle zon dus zul je ze meestal op schaduwrijke plaatsen tegenkomen. Zeker op plaatsen waar ijzerrijk water uit de bodem omhoog komt zul je veel Cryptocorynes tegen komen. Om de planten te vinden maakte Tomey gebruik van lokale gidsen. Op het eiland wonen nog afstammelingen van Nederlandse zeelui uit de tijd van de VOC, die zich ‘burchers’ noemen. Planten worden op grote schaal geoogst voor de verkoop maar omdat de wortelstokken in de bodem blijven zitten komen de planten gelukkig steeds weer terug. De lotusplant wordt op Sri Lanka beschouwd als een heilige plant. Je moet het dan ook niet in je hoofd halen om die zomaar te plukken.

 

Op het eiland staan overal zgn. tanks gevuld met water. In deze tanks, die soms meters diep zijn, groeien ook Cryptocorynes. De lokale bevolking laat ze ongemoeid omdat ze een zuiverende werking hebben op het drinkwater.

Een plaatselijke lekkernij is karbouw yoghurt. Deze wordt geserveerd met zoete siroop en een scheut sterke drank. Je kunt er flink teut van worden.

 

Tomey liet prachtige plaatjes zien van de schitterende natuur op het eiland. In het bijzonder natuurlijk de Cryptocorynes. Zo zagen we o.m.: Cr. bogneri, Cr parva, Cr. nevillii,, Cr. petchii, Cr. beckettii, Cr. wendtii  Maar ook de prachtige Langenandra thwaitesii. Hij heeft er mooie herinneringen aan over gehouden. Niet alleen mooie maar ook spannende herinneringen want hij is een aantal malen gearresteerd omdat men dacht dat hij aan het spioneren was. Gelukkig is het allemaal met een sisser opgelopen.

 

Ook op Maleisië komen veel Cryptocorynes voor. Zo zagen we prachtige dia’s van Cr. ciliata, Cr. blassii, Cr. longicauda, Cr. fusca en Cr. lingua.

 

Als laatste gebied kwam Indonesië en Kalimantan aan bod. Hier komen o.m. voor: Cr. fusca, Cr. balansae, Cr. pontederiifolia, Cr. petchii.

Als je in de tropen op pad gaat moet je oppassen voor slik. Dat kan soms meters diep zijn. Als je alleen bent en je stapt er in kom je niet meer los. Het is daarom verstandig om altijd een touw mee te nemen zodat je jezelf weer uit het slik kan trekken. Ook voor bloedzuigers moet je oppassen. Nooit zomaar lostrekken want het blijft dan bloeden. De plaatselijke bevolking gebruikt het gekauwde blad van ‘kruidje roer me niet’ om het bloeden te stelpen.

 

Begin juni hoopt Tomey weer terug te gaan naar Kalimantan. Vanwege zijn leeftijd, hij wordt volgende jaar 80, zal hij niet meer te voet het eiland verkennen maar gebruik maken van een terreinauto met chauffeur. We wensen hem een plezierige tijd toe.

 

Tomey werd aan het einde van zijn verhaal met een hartelijk applaus bedankt voor zijn prachtige lezing en hierna volgde de traditionele plantenverloting met ook deze keer weer vele prijzen.

 

Volgende maand staat de veilingavond met Danio Rerio weer op het programma.

 

U komt toch ook?

 

Jan de Reus