Verslag van 20 mei 2019

 

Net als de vorige maand begon de avond wat aarzelend omdat onze spreker pas laat arriveerde. Gelukkig viel het uiteindelijk mee en kon Theo Peters alsnog de avond openen.

·        Bericht van afmelding is ontvangen van Gerrit Spaans.

·        Twee introducés worden hartelijk welkom geheten.

·        Piet Muller heeft van het nieuwe bestuur van de scouting te horen gekregen dat het door ons meegebrachte meubilair moet worden verwijderd. Dat is vervelend voor ons, zeker omdat in eerste instantie de indruk was gewekt dat het meenemen van meubilair geen probleem was. Piet zal nog reageren richting het scoutingbestuur. Om te voorkomen dat we het meubilair moeten laten vernietigen zoekt Piet naar opslagruimte (minimaal 2x2m). Wie van de leden kan ons daaraan helpen?

Na deze beslommeringen krijgt onze spreker van de avond: de heer Gert Jan van Beek het woord voor zijn lezing over Pantsermeervallen (Corydoradinae).

De Corydorassoorten kom je alleen tegen in Zuid Amerika en de naam Corydoras is afgeleid van Cory=helm en Doras=huid. Dit omdat deze vissen geen schubben hebben maar huidplaatjes. De vissen zijn vooral te vinden op de bodem waarbij een niet te grove zandbodem de voorkeur heeft. Met hun baardharen wroeten de vissen in de bodem op zoek naar wormachtigen. Scherp basaltsplit is voor deze dieren uiterst ongeschikt omdat de baardharen dan worden beschadigd.

De familie Corydoras bestaat inmiddels uit meer dan 500 soorten. De eerste Corydoras werd reeds beschreven in 1803 door de Franse wetenschapper Lacepčde. Het betrof een soort die voorkomt in Suriname en Corydoras geoffroy als naam kreeg. In het Naturalis te Leiden zijn nog specimen aanwezig van de destijds gevangen exemplaren van deze soort.

Bij pantsermeervallen kunnen o.m. de volgende families worden onderscheiden:

·        Brochis - bv. Brochis splendens) Nb. inmiddels bestaat deze familienaam niet meer)

·        Scleromystax – dit is een langgerekte soort die op hoogte (1200 meter) in relatief koel water voorkomt (16 – 23 graden Celsius)

·        Aspidoras – kleinere, zeer actieve soort

·        Corydoras – (meer dan 500 soorten op de zogenaamde ‘C-nr. lijst’

Het leefgebied van de pantsermeervallen is Zuid- Amerika en staat onder druk vanwege vervuiling als gevolg van goudwinning of het verdwijnen van oerwoud voor de aanleg van palmolieplantages. De belangrijkste rivier in Zuid-Amerika is de Amazone welke zijn oorsprong vindt in het Andes-gebergte en uitmondt in de Atlantische Oceaan. De totale lengte van deze rivier bedraagt 6400 km en de watersamenstelling varieert per 10 km. De zuurgraad bij de oorsprong is alkalisch (pH=8,5) maar wordt stroomafwaarts steeds zuurder door de tanninnes die vrijkomen uit o.m. afgevallen bladeren waardoor het water een cola-achtige kleur krijgt. De jaarlijkse regenwatertoevloed ligt tussen de 125 en 450 mm. In deze rivier alleen komen al meer dan 5600 soorten vissen voor waaronder ook veel pantsermeervallen.

Pantsermeervallen beschikken over de mogelijkheid om via de darmen zuurstof op te kunnen nemen. Ze schieten naar het wateroppervlak en slikken daar lucht in. Dat is met name nodig bij zuurstofarm water. In de droge tijd zijn de vissen vaak gedwongen om in warme poeltjes te verblijven met weinig zuurstof en hoge nitraatwaardes en dan is ademhaling via de darmen de enige mogelijkheid om te overleven. Als de vissen dit gedrag in uw aquarium vertonen weet u dus dat er te weinig zuurstof in het aquarium aanwezig is.

Wat ook belangrijk is dat de pantsermeervallen over een giftige rugstekel beschikken. Bij stressvolle situaties komt dat gif vrij. Deze vissen moet je daarom niet vervoeren samen met andere vissen omdat bij het vrijkomen van het gif de vissen zullen sterven.

Er bestaan op dit moment verschillende lijsten met Corydoras-soorten. De ‘CW-lijst’ van Corydoras World welke wordt bijgehouden door Ian Fuller bevat 156 verschillende soorten en de C-lijst van DATZ heeft er 157.

Naast een nummer hebben de vissen ook vaak een naam. Gert Jan gebruikt zelf vaak alleen de nummers.

Omwille van het onderscheid van de pantsermeervallen wordt er gebruik gemaakt van genetische/anatomische lijnen. Hierbij onderkent men op dit moment 9 lijnen (groepen):

1 Corydoras spitssnuit

2 Aspidoras

3 Scleromystax

4 Dwergen

5 Corydoras elegans groep

6 Corydoras paleatus groep

7 Corydoras aeneus groep

8 Brochis/Corydoras (lichaamsvorm)

9 Corydoras adolfoi (stompsnuit)

Verschillende fraaie soorten passeerden de revue waaronder ook een paar hele dure. Voor de Cw111 (Corydoras bonita) wordt in de handel 2400 euro betaald voor wildvang en 600 euro voor de nakweek. Ik moet toegeven een fraaie vis maar ik zou er toch niet dat soort bedragen voor over hebben. Gert Jan gaf aan dat met name in Azië men veel geld over heeft voor bijzondere soorten. Dat zien we ook bij de kweekvormen van Arowana’s.

Wat opvalt bij pantsermeervallen is dat bij dieren die in snelstromend water voorkomen de snuiten veel spitser zijn dan bij dieren die in langzaam stromend water leven. Deze hebben een veel stompere snuit. Gert Jan heeft de ervaring dat wanneer je veel stroming in het aquarium aanbrengt de nakweek steeds spitsere snuiten krijgt.

Bij het houden van de dieren heeft Gert Jan goede ervaringen met het toevoegen van zgn ‘discusklei’ aan het water (1 gram/10 liter water). Dit heeft met name een positief effect op de kleuren van de vissen. Gert Jan voert zijn vissen met levend voer en dat betekent dat de vissen via het voer wormen binnenkrijgen. Om deze parasieten te bestrijden wordt de vissen 1 keer per 3 of 4 maanden ontwormt. Bij het voeren van de dieren dient men er rekening mee te houden dat het geen algeneters zijn. Dus de bekende Spirulina tabletten zijn eigenlijk niet geschikt voor pantsermeervallen.

Bij de voortplanting van de pantsermeervallen spelen de baardharen een essentiële rol. Het vrouwtje pakt met haar baardharen het mannetjes in de flank vast (de noemt men de T-stelling). De eitjes worden door het vrouwtje bij de aarsvinnen vastgehouden waarna het mannetje ze kan bevruchten. Vervolgens worden de eitjes door het vrouwtje aan een substraat gekleefd. Dat kan bv. de voorruit van het aquarium zijn en dan meestal in de buurt van de uitstromer.

De mannetjes kunnen van de vrouwtjes worden onderscheiden door de vorm van de aarsvin. Die is bij het mannetje puntvorming terwijl deze bij de vrouwtjes rond van vorm is.

In de natuur gaan de dieren tot voortplanting over bij het begin van de natte tijd omdat dit het meest gunstige is voor het jongbroed (voldoende voedsel aanbod e.d.)

Om in het aquarium de vissen tot voortplanting te verleiden kun je dit wisselen van de seizoenen nabootsen d.m.v.:

1 waterwisseling met koud/warm water

2 verhogen van de stroming in het water

3 aanbieden levend voer

4 verlengen van de verlichtingsduur

5 luchtdrukverschillen (bv. bij naderend onweer)

 

Om de vissen lang in goede gezondheid te houden is niet alleen goed voer en een geschikte bodem van belang maar is ook een niet te hoge temperatuur aan te bevelen. Dat geldt trouwens voor alle tropische vissen.

Aan het eind van de lezing liet Gert Jan nog een kort filmpje van de Corydoras CW114 zien gefilmd op locatie in Suriname.

Gert Jan werd bedankt met een welgemeend applaus voor zijn bijzonder interessante lezing en misschien tot een volgende keer.

Ter afsluiting van de avond volgde nog de plantenverloting en daarmee was ook deze clubavond weer voorbij.

 

Tot de volgende keer.

 

Jan de Reus