Verslag van 19 november 2019

 

Een flink aantal belangstellenden was aanwezig in het wijkcentrum Piet Vink waaronder ook een aantal niet-leden. Ze werden van harte welkom geheten door onze voorzitter Theo Peters. Alvorens het woord te geven aan onze spreker voor deze avond waren er nog een paar mededelingen:

 

·        Bericht van afmelding is ontvangen van de heren Breur, V/d Splinter, Jager en mevrouw Tomey;

·        Verhuizing verenigingskast: Piet Muller vraag vrijwilligers + steekwagen voor het verhuizen van de verenigingskast. René v/d Berg en Teun Bruin zeggen hun medewerking toe.

Na deze mededelingen kreeg de heer Henk Grundmeijer het woord voor zijn lezing over labyrinthvissen. Henk is al 40 jaar actief met het verzorgen en kweken van deze prachtige vissen en heeft in het verleden daarover gepubliceerd in het bondsblad ‘Het Aquarium’. We gingen er eens goed voor zitten.

Henk begon zijn verhaal met het geven van een compliment over de grote opkomst deze avond. Dat is hij bij andere verenigingen wel eens anders gewend. Het verhaal voor vandaag is opgebouwd uit twee delen: voor de pauze komen de diverse soorten aan bod en na de pauze wordt dieper ingegaan op de kweek van o.m. chocolade goeramis (Spaerichthys osphromenoides). Van deze prachtige vis had Henk op 18 november 1987 zijn eerste nakweek.

Zoals aangegeven bestond het eerste deel van de lezing uit de kennismaking van een groot aantal soorten labyrinthvissen. Als eerste kwam aan bod de paradijsvis (Macropodus opercularis) wat de eerste tropische aquariumvis was die in Europa werd geïntroduceerd en wel in het jaar 1869. De paradijsvis komt oorspronkelijk uit Azië. Het verspreidingsgebied van labyrinthvissen beperkt zich tot grote delen van Zuidoost –Azië en Afrika. In Europa en Zuid- en Noord-Amerika komen ze van nature niet voor.

Zoengoerami’s (Helostoma temminckii) worden zo genoemd omdat de vissen onderling bek op bek elkaar bevechten. Ze kunnen vrij groot worden (tot wel 30 cm). De grootste goerami heeft de toepasselijke naam reuzengoerami (Osphronemus goramy) en kan wel 70cm groot worden. Geen visje voor het gezelschapsaquarium dus.

De diamantgoerami (Trichogaster leerii) is dat wel. Het is een rustige vis waarvan het mannetjes een prachtig roodgekleurde buik krijgen. Tot het geslacht Trichogaster behoort ook de bekende dwerggoerami (Trichogaster lalia).  Vroeger ook wel bekend onder de naam Colisa lalia.

Een andere dwerg is het bekende honinggoerami Colisa chuna. Dit visje met een max. grootte van 5 cm heeft als bijzonderheid dat het zwarte eitjes afzet in het schuimnest.

Een grote familie binnen de labyrinthvissen zijn de betta’s. Hiervan zijn er zo’n 70 soorten beschreven. Binnen de Betta familie zijn er zowel schuimnestbouwers als muilbroeders. De meest bekende betta is de siamese kempvis (Betta splendens) die je bij de aquariumhandel altijd in kleine bakjes of potjes tegenkomt. Dit vanwege de grote onderlinge onverdraagzaamheid van deze dieren.  

De fraaie Betta imbellis is een kleinere soort met een mooie roodgerande staartvin. De Betta smaragdina heeft zoals de naam al aangeeft een smaragd groenblauwe kleur.

Een nieuw ontdekte betta is de Betta hendra welke in 2013 voor het eerst werd beschreven.

 

Met de Betta albimarginata een kleine rode muilbroeder afkomstig uit Borneo heeft Henk nakweek gekregen. Deze vis kan in een groep worden gehouden en bijzonder is dat ook de vrouwtjes bij de paring mooie kleuren hebben.

 

De Betta enisae heeft prachtig lichtblauw gezoomde vinnen. Ze zijn niet of zeer sporadisch in de handel verkrijgbaar. Henk heeft ooit een paar van deze vissen gekocht bij Eurofish in Rotterdam voor NLG 80,-.met de bedoeling om er mee te gaan kweken. Toen hij de dag erna bij het aquarium ging kijken was een van de dieren uit de bak gesprongen en had dat niet overleefd. Dat was heel zuur maar Henk is nogmaals naar Rotterdam gereden voor een nieuw paar. Een hobby kost geld. Het uitbroeden van de eieren kost gemiddeld 10 dagen en gedurende die tijd eet het dier niet. Ze moeten dus wel een goede conditie hebben om dit aan te kunnen. 

 

Bij veel labyrinthvissen is voor de nakweek zacht en zuur water nodig. Humuszuren spelen daarbij een belangrijke rol. Henk maakt daarom veel gebruik van Amandelboombladeren. Die geven stoffen af die stimulerend werken.

 

Een zeer fraaie soort afkomstig van Sri Lanka is de Malpulutta kretsiri. Deze vis is beschermd en daarom niet verkrijgbaar in de handel. Henk is het gelukt om aan de vis te komen via de Internationale Gemeinschaft für Labyrinthfischen (IGL).

 

De Parosphromenus-soorten zijn net als de Malpulutta-soorten kleinblijvend (3-4 cm) en zeer fraai van kleur. Ze kunnen al in kleinere aquaria worden gehouden waarbij we ze holen moeten aanbieden om tot kweek te kunnen brengen.

 

Een andere kleinblijvende goerami is de bekende knorgoerami Trichopsis pumila. Dit kleine visje is in staat om flink wat lawaai te produceren.

 

De spitssnuit goerami (Ctenops nobilis) is een muilbroeder waarbij het mannetje de broedzorg voor zijn rekening neemt. In 2010 is er voor het eerst mee gekweekt. Henk gaf aan dat ze nogal agressief zijn.

 

Labyrinthvissen uit Afrika zijn vrijleggers. Een bekende soort is de tapijtvis (Ctenopoma acutirostre) welke moeilijk na te kweken is en als voer kleine visjes nodig heeft.

 

De regenboog slangenkopvis (Channa bleheri) heeft een fraaie tekening maar is totaal ongeschikt voor het gezelschapsaquarium. Het roofzuchtige dier vreet alle vissen op! Het dier is ooit uitgezet in de USA met rampzalige resultaten. Niet aan beginnen aub.

 

Na de pauze kwam als eerste de bekende chocoladegoerami(Spaerichthys osphromenoides) aan bod. Deze vis is de grote passie van Henk. Hij was 13 jaar toen hij voor het eerst kennis maakte met deze schoonheid. De chocoladegoerami is in 1860 beschreven en staat bekend als lastig te houden. De vis is gevoelig voor plotselinge veranderingen in het leefmilieu en daarom erg kwetsbaar bij het overwennen. Ze vragen zacht water en eten alleen klein voer. Henk stopt altijd wat Amandelboombladeren in het aquarium omdat de vissen dit op prijs stellen. Koop bij de handelaar alleen vissen die levendig zijn en niet schuw of teruggetrokken. Die zijn meestal ziek en zullen het niet lang vol houden. Chocoladegoerami’s zijn muilbroeders waarbij het vrouwtje de broedzorg voor haar rekening neemt. Je kunt de vrouwtjes herkennen aan een wat rondere keel. Na 14 dagen laat het vrouwtje de jongen los. De jonge dieren hebben al direct het typische donkere kleurpatroon van de chocoladegoerami.

 

Henk heeft al verschillende keren nakweek gehad van deze mooie vis (de zgn. F1 generatie) en heeft zich nu ten doel gesteld om deze F1 generatie ook tot kweken te krijgen (F2 generatie).

 

Binnen de familie van de Spaerichthys worden naast de chocoladegoerami nog drie soorten onderkend: Spaerichthys selantanensis, Spaerichthys acrostoma en Spaerichthys vaillanti. De Spaerichthys acrostoma vraagt voor de kweek zeer zuur water pH=3; het is Henk nog niet gelukt om water met zo’n lage pH te maken zodat nog geen kweekpoging is ondernomen.

 

Na nog een paar fraaie plaatjes van betta’s was de lezing van Henk tot een einde gekomen. Mocht u op de hoogte willen blijven van Henk dan kan dat via Facebook (zoek op Hendra Albimarginata).

 

Henk werd beloond met een welverdiend applaus voor zijn zeer interessante lezing en we zien hem graag nog een keer terug. Wat volgde was de verloting en daarmee was deze avond weer ten einde.

 

We zien u graag terug bij de decemberavond.

 

Jan de Reus