Verslag van 19 juni 2018

 

Onze voorzitter Theo Peters opende de avond en heette alle aanwezigen van harte welkom. Alvorens het woord te geven aan Loek v/d Klugt eerst een aantal mededelingen:

 

·        Etentje septemberavond: gaarne vooruit betalen aan onze penningmeester (zie clubblad juni)

·        Piet Muller is deze week afwezig ivm de Natuur Studie Week te Limburg

·        Privacy wetgeving: de secretaris geeft aan dat ook onze vereniging gehouden is aan de nieuwe wetgeving en dus wordt de leden middels een keuzeformulier gevraagd om aan te geven waarvoor de bij ‘De Rijswijkse’ vastgelegde gegevens gebruikt mogen worden. De secretaris vraagt de aanwezige leden om het formulier direct in te vullen en bij hem in te leveren.

·        Het in het clublokaal aanwezige hoekaquarium is te koop; doe een bod!

 

Omdat Piet Muller geen spreker voor de juni avond kon vinden was Loek v/d Klugt bereid gevonden om vanavond zijn lezing ‘ Met keurmeester meegekeken’ te geven. Loek was ook zo vriendelijk om mij een samenvatting van zijn lezing te geven zodat ik er deze keer makkelijk vanaf kwam. Onderstaand de samenvatting van de lezing:

MET KEURMEESTERS MEEGEKEKEN

                                

Na eerst 2 jaar te hebben proefgedraaid met een zogenaamde 'schouw' met verenigingskeurmeesters, startte Natuur- en Aquariumvereniging MINOR, Den Haag in 1972 met keuringen volgens het reglement NBAT. Spreker Loek van der Klugt verzorgde vanaf het begin het diaverslag daarvan. In de volgende samenvatting staat wat meer dan in de lezing aan de orde kwam. Dat komt doordat de lezing voortdurend up-to-date wordt gehouden, waardoor sommige onderdelen het veld moe(s)ten ruimen.

 

Keurmeester t/m '76 was W.A. Tomey. Hierna kreeg iedere keurmeester een 'aanstelling' voor 3 jaar. Een systeem, dat steeds goed is bevallen. H. Beenen was net zo luchthartig als Tomey serieus. Met Beenen werd de keuring populair. Het aantal deelnemers groeide van een tiental tot 25! Dat is nu wel anders: in menige vereniging moet het bestuur vaak soebatten en smeken om voldoende deelnemers bij elkaar te krijgen om het evenement de moeite waard te doen zijn. Dat is natuurlijk heel jammer, want de keuring is vooral bedoeld om de deelnemers ‘te dwingen’ eens op de tenen te gaan staan en er aldus uit te halen wat er op dat moment in zit. In '83 trad de pas gediplomeerde H. Stephan aan. Trefzeker wees ook hij de gedoodverfde kampioen aan. De verdere volgorde was echter een complete verrassing: de heer Stephan keurde heel anders dan zijn voorgangers, die weliswaar ook hun stokpaardjes bereden, maar toch aardig op één lijn zaten. Hierna trad allesweter J. Vente aan. Die kon helaas door privé-omstandigheden maar 2 jaar blijven. Vervolgens kwam H. Beenen weer terug. Die verbaasde iedereen door nog heel nauwkeurig te weten hoe de bakken er toch al weer zoveel jaar geleden bijstonden! Helaas overleed hij zomer '90 op 68- jarige leeftijd bij het beoefenen van zijn grote passie het diepzeeduiken annex filmen/fotograferen van het onderwatergebeuren. Verdere keurmeesters waren R. Uvenhoven, B. Hendriks, J. Smalburg , A. Spiekstra en A. Ras.

 

Opvallend was, dat alle keurmeesters zich stoorden aan de in MINOR steeds vaker voorkomende, aan de buitenzijde zwart geverfde achter- en zijwanden. De voorstanders spraken van gemakkelijk, hygiënisch en diepte gevend. De keurmeesters noemden als nadelen spiegelen en zichtbare kitranden. Via de bekende, bewerkte en geverfde, maar door de activiteiten van algeneters kaal wordende tempexwanden, stelde spreker het systeem voor dat bij Studiever. HET PALUDARIUM werd ontwikkeld. Dunne polystyreenschuimplaten (5-10 mm is genoeg) worden met enkele siliconenkit rupsen tegen het glas geplakt. Hierop komt een 2-3 mm dikke smeerlaag van tegel(poeder)lijm, waaraan wat grof zand is toegevoegd. Hierop worden kluitjes van deze specie geworpen om een willekeurige grilligheid te verkrijgen. Na enkele dagen verharden hiervan, kan hierop worden geverfd met beton- of muurverf op waterbasis. Met verkrijgbare kleurpasta’s kun je de kleur naar believen (laten) aanpassen. Verf op waterbasis heeft een aantal zeer aantrekkelijke voordelen: sneldrogend en gifvrij, kwast na uitspoelen onder de kraan weer als nieuw. Neem bij voorkeur mat-zwarte verf, dat geeft een maximaal diepte-effect in de bak. De verf laten uitharden, de bak met water vullen en minstens een dag met luchtdoorborreling laten staan. Voordelen van dit systeem: dun, sterk en altijd weer te verwijderen.

 

Het leuke van zoveel jaren meelopen - vindt spreker - is dat je de ontwikkeling van de leden kunt volgen. Sommigen geven meteen al blijk over talent te beschikken; ze hoeven alleen nog de 'kunstjes' te leren. Anderen blijven na elimineren van de ergste fouten op het dan bereikte niveau steken; een voorbeeld voor velen zijnde weliswaar, maar toch nooit tot de top doordringend. Bij een enkeling zie je om de haverklap een andere bak. Steeds groter zij ons streven! Een verrassing is het dan als iemand van 3,5 m terugvalt op een bak van 1,3 m en verklaart met minder werk net zoveel genoegen te beleven!

 

Een probleem is het als iemand meedoet met een bak die duidelijk door een ander is ingericht en ook door die ander wordt onderhouden. Ook vervelend is het, als de kampioen niet aan de districtskeuring wil meedoen.

 

Problemen ontstaan soms als het oordeel van de keurmeester als onredelijk wordt ervaren. Bekend is de aanmerking op de aanwezigheid van Malawi- of Tanganjika-cichliden in een gezelschapsbak, de fraaie toef Rotala macrandra in (nog) duidelijke moerasvorm, de school volwassen vis die vorig jaar nog bij een ander lid zwom. Voor zulke kritiek is nog wel begrip op te brengen, al vragen de bezitters van Malawi-/Tanganjika-cichliden zich niet helemaal ten onrechte af waarom er dan niets wordt gezegd over de aanwezigheid van vissen uit uitgesproken donkere, zachtwaterbiotopen in een fel belichte bak met water van gemiddelde tot soms hoge hardheid.

De man die het overkwam ergerde zich gruwelijk aan het feit dat een keurmeester domweg stelde dat 70 cm waterhoogte in een architectonisch gezelschapsaquarium niet kon. Dat stond nu eenmaal in het (toenmalige) reglement … Niet erg slim natuurlijk: de planten kleurden goudbruin en stonden met opvallend korte internodiën in de bak. Geen wonder: de TL’s lagen stijf naast elkaar in de lichtkap, waarbij alle toen verkrijgbare kleuren aanwezig waren.

 

Een goede zaak acht spreker het dat keurmeesters tot het besef lijken te (zijn) (ge)komen dat ze gewoon niet alles kunnen weten en dat ze dat ook best mogen tonen. De technische ontwikkelingen die zich in de hobby voordoen, de vele nieuwe plant- en diersoorten die hun intrede hebben gedaan, alsmede de nieuwe typen vivaria die keurmeesters tegenwoordig worden geacht te kunnen beoordelen, zullen daaraan wel hun steentje hebben bijgedragen. De huidige keurmeester heeft het bepaald niet gemakkelijk!

 

Hoe fraai Malawi- en Tanganjika-cichliden ook zijn, met de geringe ruimte die het keuringsreglement voor speciaalbakken met zulke vissen bood (geen andere planten dan hoornblad en Vallisneria, verder alleen zand en rolkeien was jarenlang de slogan), ontstonden bakken die er jaar in jaar uit hetzelfde uitzagen. Recente uitbreiding van de kennis met betrekking tot de biotopen (zie bijv. Christel Kasselmann’s Handboek Aquariumplanten) heeft ertoe geleid dat thans wat meer plantensoorten worden toegelaten.

 

Aquaria zijn er qua plaatsing in de ruimte in categorieën. Compleet met lijst ingebouwd in de muur, kun je ze met recht 'levend schilderij' noemen. Meestal moet er dan 'van achteruit' in worden gewerkt, wat. niet bepaald eenvoudig is. Soms kan men er via een zijdeur of een weg-/opklapluik toch 'normaal' in. Met zo'n opstelling bespaart men zich de moeilijkheid van een passend onderstel, een passende lichtkap en/of een compleet meubel te bedenken en te (laten) maken.

 

Een afgeleide vorm is het opnemen van de bak in een wandmeubel, inclusief apparatencompartiment voor elektriciteit en (biologisch) filter naast of onder de bak. Iets minder mooi is de bak op een duidelijk ondermeubel.

 

Moeilijk tot iets moois te maken is de bak op tafel. Haast vanzelf komt de bak dan vrij laag te staan. Dat is geen bezwaar als de normale kijkhoogte (bankstel) er naar is. Een goede oplossing is de zogenaamde wangentafel, waarbij de bak zover in de tafel zakt, dat de zandlaag aan het oog wordt onttrokken. Het geheel geeft een luchtige indruk. Luchtig is ook de bak op een paar 'pilaren'  Daarvoor kunnen eenvoudig dikke pvc-pijpen worden ingezet. Super luchtig is de onderbouw van glas. Simpel wat glasplaten op latjes, eventueel met een apparatenkastje er tussen.

 

Moet de bak hoger worden geplaatst, dan is hangend aan de muur het mooist. Men kan een stalen frame aan de muur bouten of -mooier!- stalen pijpen in de muur boren en daarop de bak zetten. Handig is dan een waterpasstelinrichting. Die is eenvoudig te maken van 2 platen multiplex en zogenaamde inslagmoeren.

 

In TL-verlichting hebben zich gunstige ontwikkelingen voorgedaan. Thans staan hoogrendement buizen met goede kleurweergave en in dunne (26 mm) tot zeer dunne (16 mm) uitvoering ter beschikking. Met PL heb je de mogelijkheid met lichtvlekken te werken. Dat geeft beslist meer plasticiteit aan de bak dan de gebruikelijke gelijkmatige belichting. De zogenaamde '90'-serie heeft nog weer een hoger groeirendement en zelfs een nog betere kleurweergave dan de 80-serie. Het oude recept 12-14 uur per dag 'alles aan', wordt steeds meer verlaten ten gunste van langzaam opvoeren, enkele uren in de middag volle capaciteit en weer afbouwen tot 'kijklicht' in de avond.

De buizen kunnen met prachtige, maar dure afsluitdoppen worden gemonteerd. Goedkoper en ook goed zijn kroonsteentjes en stoelpoot- of bezemsteeldoppen van plastic. Voor het vastzetten van de buizen kunnen roestvaststalen of geplastificeerde gereedschapsklemmen dienst doen. Heel fraai is het, de buizen op een scharnierend rek van plexiglas te monteren.

 

Voorschakelapparaten kan men los onder de bak monteren ter benutting van de daardoor afgegeven warmte, maar ze ook in speciale kastjes met de starters, schakelaars, klokken e.d. onderbrengen. Keurmeesters bleken veel waardering te hebben voor de veiligheid van de aardlekschakelaar. Nu zijn we in het tijdperk van de LED-verlichting beland. De mogelijkheden zijn schier eindeloos!

 

Het houden van een paludarium blijkt nog steeds aan populariteit te winnen, niet in de laatste plaats door de inspanningen van Studievereniging HET PALUDARIUM, waarvan spreker in 1975 medeoprichter was. In 1986 werd hij derde in de Landelijke huiskeuring, in 2001 tweede. Bij een volgende ronde ging de Landelijke huiskeuring aan zijn neus voorbij: de bodem scheurde! De bak moest daardoor helemaal leeg. Spreker greep dat aan om een geheel nieuwe opzet te realiseren.

 

Kenmerken van spreker’s paludarium zijn nog steeds: een groot waterdeel met duidelijke aquariumfunctie, een watervoorraadvat onder het landdeel met instelbare overloop, een overloopbeveiliging, een opklappende voorruit, condensvrije ruiten door continu te ventileren, wandbekleding. Aan de hand van zijn eigen deelnameformulier pleitte spreker ervoor van dat formulier veel werk te maken. Handig is als je over een digitale camera beschikt en daarmee gemaakte goede afbeeldingen aan het formulier kunt toevoegen.

 

Terwijl in de zoetwateraquaristiek het filteren tot een steeds hogere perfectie is opgevoerd en biologisch filteren - bij voorkeur met inzet van een droog/nat-compartiment met ‘bioballen’- als een ‘must’ wordt opgevoerd, vormde bij de Haagse zeewatervereniging ‘Biologia maritima’ juist het niet-filteren het uitgangspunt. Dat wil zeggen, men liet het afbreken van de afvalstoffen over aan de bacteriën en het opnemen van de afbraakproducten aan een uitgebreid bestand aan wieren in de bak. Essentieel daarbij is sterke waterbeweging en uiteraard (met het oog op de wieren) sterke belichting. Hier lag het accent heel duidelijk op het biologische aspect. Architectonisch bezig zijn was er niet zo duidelijk bij - men was al blij als de levende have het goed deed. Moderne zeebakken met hun hoogontwikkelde techniek zijn vandaag de dag in veel gevallen echter beslist het aanzien waard, al zie je - vooral bij beginners - dat men nog steeds meent dat een stapel levende steen volgestouwd met allerlei levensvormen je-van-het is. Overigens, wist u dat bijvoorbeeld doopvontschelpen en koralen in het zeewateraquarium zeer gebaat zijn met koolzuurgastoevoeging? De reden daarvan is dat veel van die dieren in symbiose leven met bepaalde algen in hun lichaam. Die algen maken suikers aan waarvan de betreffende dieren mede leven. Ook dat is een belangrijke reden waarom er op zeebakken zoveel (diep doordringend en dus blauw) licht moet staan.

 

Door de jaren heen bleef de kardinaaltetra tot het ijzeren bestand behoren. Goede tweede werd en is nog steeds de roodkopzalm. Nieuw is wel dat men - vooral in de grotere bakken - er niet voor terugdeinst scholen van tientallen stuks aan te schaffen. Waarom een school volgens het keuringsreglement thans uit minstens 12 stuks moet bestaan, is spreker niet erg duidelijk. Misschien heeft een van de leden van het College Keurmeesters geroepen dat men toch minstens aan een dozijn zou moeten denken? Hoog scoorde ook de Congozalm en bij de 'plathoge' vissen de bloedvlektetra. Duidelijk zag spreker keurmeesters opveren bij een flinke school 'ongebruikelijk'. Dat behoefden helemaal geen dure of extravagante vissen te zijn. 'Doodgewone' potloodjes of hockysticks in het goede milieu bleken evengoed een opsteker te kunnen zijn. Met mooie, raszuivere rode plaatjes was succes ook verzekerd!

 

Wat in de topbakken vaak pijnlijk werd en wordt gemist, waren - bang al men was/is voor opdwarrelend vuil - de bodembewoners. Toch valt de moderne keurmeester heus niet meer over een stofje op de planten als de oorzaak daarvan bij de bodembewoners moet worden gezocht. Gebrek aan keus is ook geen argument; keus zat. Met een doelmatige inrichting hoeven bodemvissen er heus geen puinhoop van te maken.

 

Ook de hogere waterlagen en vooral het oppervlak zijn vaak stiefmoederlijk bedeeld. ‘Zie je toch niets van’ is ook al geen excuus. De kunst is juist de bak zodanig in richten dat alle bewoners tot hun recht komen. Wat men ook wel eens ter harte zou kunnen nemen is de slogan van wijlen H. Beenen: ‘Niets is ook iets’. Daarmee bedoelde hij dat de bak niet propvol hoeft te staan. Een ‘strandje’ aan de vooruit brengt bijvoorbeeld Corydoras en ook de thans zo populaire garnalen in het zicht.

 

Aquarium houden is een grandioze hobby. Ook aan een niet-topbak kan veel genoegen worden beleefd. Al is het niet met de bruid, dansen kun je toch wel!

 

Omdat de tijd ging dringen moest Loek zijn lezing voortijdig beëindigen. Het moet mij van het hart dat wij als vereniging toch boffen met iemand die zoveel kennis in huis heeft en dat op zo’n plezierige manier met ons wil delen. Het was een genot om naar te luisteren en te kijken. Loek ontving dan ook een welverdiend applaus uit de zaal.

 

Hierna volgde als vanouds de plantenverloting met ook deze keer weer vele planten zodat sommigen met een flinke verzameling huiswaarts gingen.

 

Iedereen een fijne vakantie toegewenst en we zien elkaar weer terug in september.

 

Jan de Reus