Verslag van 15 oktober 2019

 

Met ingang van deze maand gaan we weer terug naar de vertrouwde dinsdagavond. Een groot aantal leden had de nieuwe locatie aan de Laan van Hoornwijck kunnen vinden en werd door onze voorzitter Theo Peters van harte welkom geheten.

 

Mededelingen:

·        Bericht van afmelding is ontvangen van Harry Treur en Gerrit Spaans

·        Landelijke huiskeuring: René v/d Berg heeft een verdienstelijke 4e plaats behaald in de categorie A2; het niveau was dit jaar van hoog niveau

·        Voorzitterschap: zoals bekend gaat Theo Peters de voorzittershamer neerleggen; kandidaten wordt gevraagd om zich bekend te maken

Na deze mededelingen kreeg Loek v/d. Klugt het woord voor de lezing van deze avond. Loek had op basis van het vele fotomateriaal dat Wim Tomey ons heeft achtergelaten een bloemlezing samengesteld met als titel “Beelden van een veelzijdige hobby’. Omdat Wim Tomey ons altijd heeft verwend met beelden van zeer hoge kwaliteit gingen we er eens goed voor zitten.

Garnalen en Kreeften

Als eerste kwamen de garnalen en kreeften aan de beurt. Interessant om te weten is dat je garnalen hebt met relatief grote eitjes en garnalen met een heleboel kleine eitjes. Dat heeft te maken met het aantal ontwikkelingstadia van de larven. Bij kleine eitjes zijn dat er wel 11 om van eitje naar garnaal te transformeren. Daarbij is ook brak water noodzakelijk. Dat zul je dus in je aquarium nooit voor mekaar krijgen. Alleen van garnalen met grote eieren kun je jonge dieren in het aquarium verwachten. Dat zijn bv. de bekende Caradina serrata.

Garnalen en kreeften zijn 10-potig en hebben een uitwendig skelet (het zgn. exo-skelet). Dat betekent dat om te kunnen groeien ze regelmatig een nieuw jasje nodig hebben en dus moeten verschalen. De beweeglijkheid bereiken ze mbv hun staart (de ‘Telson’). Bij kreeften doet zich het merkwaardige verschijnsel voor dat er af en toe een blauw- of een heel groot exemplaar voorkomt. Waarom dat zo is is niet bekend.

Tanganyika-meer

Bij een meer denk je meestal aan een water met een beperkte omvang maar dat is niet van toepassing op dit Afrikaanse meer. Met een lengte van 673 km en een breedte tussen de 30 en 80 km heeft het een oppervlakte van maar liefst 32.900 km2 en een kustlijn van 1828 km lang. De max. diepte is 1470 m. Dat is wat je noemt een flinke plas water. Het wordt omsloten door vier staten: Burundi, Congo, Zambia en Tanzania.

De gemiddelde temperatuur van het water is 26,5 oC met een geleidbaarheid die ligt tussen de 550 en 600 µS en een hoge pH die varieert tussen 8,8-9,5. Vanuit het noorden wordt het meer gevoed door koel water dat vanuit de bergen komt terwijl in het zuiden een warme rivier uitmondt in het meer. De grens tussen het koudere en het warme water vormt een soort natuurlijke scheiding voor de vissen. Ze blijven in het meer en gaan niet. In de droge periode verdampt er veel water en zakt het waterpeil. Het drooggevallen land stinkt enorm. In de natte periode wordt het water weer aangevuld. Dat verklaart de hoge pH-waarde van het water.

 

In het meer komen prachtige vissen voor die zich hebben aangepast aan de heersende waterwaardes. Zo o.m. de muilbroedende Haring cichliden (Cyprichromis) welke in grote scholen voorkomt. De Xenotilapia soorten zijn zandcichliden die zich op of in de buurt van de bodem bevinden.

 

Naast cichliden komen er ook killivissen voor in het meer. Zo kun je er de Lamprichthys tanganicanus vinden. Een longvis als de Polypterus ornatipinnis kan zich ook goed handhaven aan de omstandigheden in het Tanganyika-meer. Deze vis kan zelfs een tijdje buiten het water overleven.

 

In het meer vind je vooral veel rotsen er komen niet veel planten voor. Een soort die wel in staat is om er te overleven is Najas marina. Dit is een brakwaterplant.

 

Amfibische insecten

Na het uitstapje naar Afrika nu weer dichter bij huis met prachtige opnames van o.m. de waterschorpioen, kokermug, moddervlieg, vuurlibel en watertijger. Deze laatste transformeert naar de bekende (of misschien beruchte) geelgerande watertor welke gemeen kan prikken.

Een heel bijzonder dier is de veenmol welke net als een mol beschikt over graafpoten waarmee het insect gangen in de grond kan graven. Een prachtig dier maar kwekers waren er meestal niet zo blij mee.

 

Na de pauze kwam een groot aantal bekende en minder bekende vissoorten langs. Allemaal prachtig vastgelegd door Wim Tomey op de hem bekende wijze. Bij de discusvis merkte Loek op dat het houden van deze dieren in water met een hoge temperatuur niet zozeer is omdat de vis dat van nature nodig heeft. Discusvissen zijn gevoelig voor de ‘gaten’ziekte (Hexamita) en door de vissen op een hoge temperatuur te houden wordt de Hexamita bestreden.

 

Als laatste kwam het onderwerp Aquatische planten en hun bloeiwijzen aan bod.

Meestal zien we in ons aquarium geen bloeiwijze omdat we de planten niet laten doorgroeien naar het wateroppervlak. Zou u dat wel doen dan kunt verrast worden door de soms prachtige bloemen die er dan verschijnen. Een lust voor het oog.

 

Loek had nog veel langer door kunnen gaan maar omdat het inmiddels al laat was geworden moest hij om praktische redenen toch stoppen met de lezing. Misschien het vervolg op een andere keer?

Daarmee was onze eerste avond op de nieuwe locatie ten einde gekomen. We zien u graag terug op de Novemberavond.

 

Jan de Reus