Verslag van 15 april 2019

 

Omdat voorzitter Theo Peters samen met zijn vrouw van een korte vakantie genieten opende dit keer Piet Muller de avond en heette alle aanwezigen van harte welkom op deze eerste avond in onze nieuwe locatie aan de Bosgang te Rijswijk. De avond dreigde in eerste instantie in de soep te lopen omdat onze spreker Hans Kiers de locatie niet kon vinden. Gelukkig kwam hij om 19:15 alsnog binnen en kon de aangekondigde lezing gewoon doorgang vinden.

 

Piet Muller had de volgende mededelingen/vragen:

 

·        Bericht van verhindering ontvangen van mevr. Tomey

·        Piet vraagt assistentie bij het neerzetten van de stoelen en tafels tijdens de clubavonden

·        Terugkoppeling NBAT vergadering: de situatie bij de NBAT is geëscaleerd; zowel de penningmeester als de secretaris hebben hun functie neergelegd. Er is sprake van een serieuze dreiging dat de NBAT zal worden opgeheven. Eind dit jaar wordt een extra vergadering gehouden (inmiddels is een enquête vanuit de NBAT rondgestuurd).

·        Vanuit het district zal op 30 april gekeken worden hoe we met deze dreiging moeten omgaan en welke alternatieven er zijn voor bv. keurmeesters en het blad ‘Het Aquarium’.

·        Piet zal de leden op de hoogte blijven houden van de verdere ontwikkelingen

 

Hierna krijgt Hans Kiers het woord voor zijn lezing ‘Nooit meer kardinalen deel 2’

 

Loek v/d Klugt was zo vriendelijk om mij er op attent te maken dat Lotty Sonnenberg van Danio Rerio al eerder een verslag heeft gemaakt van deze lezing. Ik maak hiervan dankbaar gebruik en heb het verslag van Lotty hier en daar aangevuld met wat eigen tekst (tussen haakjes).

 

Had Hans ons vorig jaar verteld over de ‘gewonere’ andere vissen in het  aquarium, vandaag kwamen de ‘extremere’ soorten aan bod. Hans ziet door zijn werk bij Ruinemans, nogal wat bijzondere vissen binnenkomen. Vaak neemt hij daarvan dan wat exemplaren mee naar huis om ze in zijn eigen  bak uit te proberen en te kijken hoe ze zich ontwikkelen.  De eerste categorie die besproken werd waren de bijters en plukkers.  Deze soorten vallen in het land van herkomst meestal onder de consumptievis en we zien ze daar dan ook vaker op de markt dan in het water. 

 

Dit geldt bijvoorbeeld voor pauwoogcichliden, piranha’s arowana’s en roggen. Voor het aquarium worden ze vaak als impulsaankoop gekocht, maar na verloop van tijd moeten ze het veld weer ruimen omdat ze te groot worden en men erop uitgekeken raakt.  Deze vissen doen het wel leuk als ze in een warm land in de vijver gehouden worden. De Cichla ocellaris is een mooi dier, maar gigantisch groot. Je moet er ook een heel grote bak voor hebben (en een groot filter).  Door het aangepaste vervoer en de bijkomende kosten worden ze eigenlijk ook veel te duur. Piranha’s zijn ook moeilijk te vervoeren, ze eten door elke verpakking heen.  Zelfs styrodur dozen worden kapotgebeten. Uiteindelijk gaan ze dus in stevige plastic emmers. We zagen voorbeelden van verschillende soorten piranha’s zoals de roodbuik- geelbuik en rhombeus. Ze hebben toch minstens een bak van 2 meter nodig.  (Hans vertelde dat hij soms op verzoek van instanties als de AIVD wordt gevraagd om vissen op te halen bij mensen thuis omdat ze bv. hun energierekening niet meer kunnen betalen; zo heeft hij ooit uit het clubhuis van de Hells Angels te Haarlem piranha’s moeten weghalen; het was hem niet bekend hoe de vissen daar gevoerd werden!)

 

Het leek Hans leuk om schijfzalmen te houden, omdat ze toch wel erg het Amazonegevoel weergeven. Ook deze vissen zijn toch wel aan de behoorlijk grote kant. Daarbij zijn het ook vaak vegetariërs en wat planten in de bak  is toch wel leuk. Vooral als ze als decoratie kunnen dienen en niet worden  opgegeten.  Er werd naar verschillende soorten gekeken en uiteindelijk viel de keus op de discus-tetra, Brachychalcinus orbicularis.  Deze blijft als het goed is binnen de norm van 7-8 cm. Hij heeft er nu 15 zwemmen. Een mooie kleurige vis is de Exodon parodoxus, ze zijn wel niet zo groot, maar hebben heel veel tanden en zijn enorme rovers.

 

Ook crenicicla soorten zijn mooi, maar hier krijgen de meeste toch ook wel erg grote proporties, het zijn echter wel echte karaktervissen. Een fraai voorbeeld is de Crencichla zebrina. Roggen zijn mooi en apart, maar in  feite toch ook niet geschikt voor het aquarium. Ze worden veel te groot., Leuk om te zien als hij klein is, is de Potamotrygon leopoldi, die echter meer dan 60 cm kan worden.   Alleen de Potamotrygon hystrix is een kleintje en wel te houden, hij wordt ‘maar’ 30 cm. (Hans is ooit bij een iemand op bezoek geweest die ze in de tuin in een zwembad hield. Daar hadden de dieren het goed naar hun zin en werd er ook regelmatig voor nageslacht gezorgd).

 

Nog van die aparte vissen zijn de  mesvissen, waarin we ook weer veel soorten onderscheiden. Ze worden meestal wel redelijk groot en zijn echte rovers. De Eigenmannia virescens is echter een kleinere soort, die kleine watervlooien eet en ander heel klein voer. 

 

In de vlindertuin van Blijdorp is een vijver waar mooie grote vissen (o.m. Arowana’s) in  gehouden worden. Hier komen ze goed tot hun recht en het is een genot om rond 12 uur te zien hoe ze gevoederd worden. Zo is er in Burgers Bush een mangrovegebied waar ook veel grote cichliden in zwemmen.  Erg mooi, maar op een gegeven moment werden het er toch te veel en moest  er worden uitgekeken naar vissen die voor de natuurlijke regulatie konden gaan zorgen. Er werd een oplossing gevonden in de vorm van Belonesox  belizanus, een levenbarend snoekje met een enorme honger. 

 

Murenen verwacht je in een zeeaquarium, maar er zijn ook soorten die het in zoetwater een tijdje uithouden, zoals de Gymnothorax tile. Er moet dan eigenlijk wel wat zout bij, 10 gram per liter. Het zijn doorgaans grote jongens, die nachtactief zijn.

 

Van kogelvissen zijn er zo’n 20 -30 soorten bekend, echter maar heel  weinig soorten die in zoetwater leven. Voor het Afrika aquarium zijn er wel  verschillende die hier goed in kunnen. Van sommige kun je zelfs jongen  verwachten.

 

Ook het bekende rode rivierkreeftje kwam langs. Inmiddels een plaag en  om die reden niet meer toegestaan om te houden, kweken of te vervoeren.  Er zijn echter wel andere kleine soortjes die ook leuk zijn. Ze komen o.a. uit Nieuw-Guinea. Een leuk krabje is de tricolor landkrab die met zijn rood-witblauw wel opvalt. Ook voor het aquarium zijn er soorten, die zich echter  maar weinig laten zien, zoals de 1 cm grote mini krabbetjes, het zijn wel  schemeringsdieren. Mandarijn- of vampierkrabbetjes zijn leuk in een paludarium te houden.

 

Arowana’s zijn wit of zwart. Er is echter ook een Aziatische soort die in vele kleuren is gekweekt. 

 

De Channa of slangkopvis is erg leuk als hij klein is en heeft mooie kleuren. Die kleuren verdwijnen echter bij het groter worden, terwijl de eetlust toeneemt. Het zijn enorme rovers, die wel een leuk broedgedrag vertonen. Er zijn ook een paar kleinere soorten, die eventueel wel redelijk te houden zijn.

 

Toen kwamen we bij de snuffelaars en schrapers. Dus algeneters en zo. Pantsermeervallen worden ook behoorlijk groot. We zagen voorbeelden van 60 cm. Als klein visje mooi getekend, maar volwassen donker en grauw.  Er zijn er echter ook die wel hun kleur behouden, zoals een meerval met een kleurafwijking die mooi geel is, de Hypostemus aureus.  Deze kleur blijft ook bij het ouder worden. Omdat dit een uitzonderlijk dier is zijn ze wel peperduur.

 

Otocinclus soorten zijn leuke kleine algeneters, die veel in aquaria te zien zijn.  (Hans gaf aan dat de beste algenopruimers te vinden zijn bij de Crossocheilus soorten).

 

Tegen de algen werden vroegen vaak appelslakken ingezet. Tegenwoordig  mogen ze niet meer verhandeld worden omdat er vrees is dat ze invasief  zouden kunnen worden. (Bij Ruinemans komt de AIVD regelmatig controleren op aanwezigheid van appelslakken). Er zijn tegenwoordig wel veel andere leuke slakken, waaronder ook mooi gekleurde (bv. Neradina-soorten). 

 

Van de Corydoras zijn er meer dan 300 soorten. Bij Ruinemans worden ze als opruimers ingezet. Geef ze wel de bodem die ze verdienen. Het zand mag niet te grof zijn en vooral niet scherp. (Pas op bij het vervoer van deze dieren. Ze scheiden een soort gif af waardoor de vissen kunnen sterven tijdens het transport).

 

Zo zagen we vanavond dat er dus naast de ‘standaard’ bak met ‘standaard’ vissen, nog heel veel meer mogelijk is.

 

Tot zover het verslag van Lotty Sonnenberg. Hans werd door de zaal bedankt voor zijn interessante lezing en we zien hem t.z.t. graag terug voor zijn volgende lezing die zal gaan over ‘Het ideale vissenbestand’.

 

Voor de liefhebbers was er tenslotte nog gelegenheid om de meegebrachte planten te kopen tegen een klein prijsje en daarmee was deze avond weer voorbij.

 

Tot de volgende keer.

 

Jan de Reus