Verslag bijeenkomst 17 mei

 

Penningmeester Piet Muller heette de aanwezigen welkom en vermeldde nog maar eens dat de functie van voorzitter vacant is. Ook meldde hij dat enkele leden hadden laten weten niet te kunnen komen. De zaal was desondanks goed gevuld. Omdat onze excellente, reguliere verslaggever Jan de Reus door een werkvergadering later zou komen, vroeg Piet mij het verslag van de lezing op mij te nemen.

 

Spreker Charles Buddendorf zette na zijn studie plantenfysiologie in Wageningen in Turkije een plantenkwekerij op en legde zich daarin gedurende 6 jaar ook toe op de bemestingproblematiek. De rode draad in de plantenfysiologie is het functioneren van de plant, waarbij het belang en de regulatie van levensprocessen centraal staat. (Citaat studiegids Radboud Universiteit, Nijmegen; LvdK). Kortom, we hadden een deskundige in huis!

De lezing heette ‘Algenbestrijding met de Redfield Ratio – leren sturen’, een titel die aan duidelijkheid niets te wensen overlaat. Aangezien onbeheersbare algengroei voor 50% (!) van het aantal lidmaatschapbeëindigingen binnen de NBAT zorgt, reden genoeg er eens goed voor te gaan zitten.

Vooraf merkte ik aan opmerkingen van aanwezige leden dat men vreesde voor een moeilijk te volgen verhaal, maar dat bleek geenszins het geval. Onze spreker hield het zo eenvoudig mogelijk en kwam tot mijn genoegen met de uitspraak dat het beste meetinstrument je ogen zijn. Meten is prima, maar met oplettendheid voor wat zich in je bak voordoet, kom je al een heel eind!

 

De Redfield Ratio (RR) danken we aan Alfred C. Redfield. Ik ontleen aan de website van spreker www.xs4all.nl/~buddendo/aquarium/redfield.htm#calculator:

In 1934 ontdekte de Amerikaan Alfred C. Redfield (1890-1983) dat de verhouding van koolstof (C), stikstof (N) en fosfor (P) in het water van alle oceanen ongeveer gelijk was. Afwijkingen in de verhoudingen waren altijd kleiner dan 20%. Hieruit concludeerde hij dat er als groeivoorwaarde voor zowel planten als voor algen een optimale verhouding (ratio) tussen genoemde stoffen is.

Verder onderzoek (onder meer door Bulgakov en Levich van de Universiteit van Moskou) leerde bovendien dat groene algen een voorkeur hebben voor een hogere verhouding N:P (dus meer N, dan wel minder P) en blauwalgen voor een lagere (minder N, meer P) hebben. 16:1 kwam uit de bus als optimale verhouding voor zo weinig mogelijk groene algen en zo weinig mogelijk blauwalgen. Die verhouding is voor aquariumgebruik overigens bijgesteld op 10-20, want zo nauwkeurig komt het nou ook weer niet. Ook is het uitgangspunt zo weinig mogelijk van beide algengroepen. Een beetje van de ene of de andere groep zal er altijd wel zijn en volgens hedendaagse opvattingen van NBAT-keurmeersters mag dat ook. Sterker nog: bij de zogeheten keienbakken zijn (groene) algen zelfs in hoge mate gewenst. Nou, met de kennis van vandaag kun je daarop sturen. Kwestie van pakweg 20:1 realiseren! Het maakt  – uiteraard binnen redelijke grenzen – niet uit op welk niveau de waarden liggen. Dat wil zeggen, het maakt niet uit of je met een hoog of met een laag gehalte aan nitraat te maken hebt, het gaat om de verhouding! Dat blijkt duidelijk uit de tabel die spreker toonde en die ik kopieerde van zijn website. Je zit goed in de gele zone. Om het nog eenvoudiger te maken: Je zit goed als je in mg/l 10x zoveel nitraat hebt als fosfaat! Daarbij hoort een stikstof/fosfor (N/P)-verhouding 15:1.

 

Blauwalg

 

 

Bij de RR gaat het niet om de verhouding nitraat/fosfaat, maar om de verhouding N en P en dat dan uitgedrukt in hoeveelheden atomen N en P. Dat is nog wat anders dan de verhouding in mg/l! Dat was misschien het lastigst te volgen onderdeel van de lezing, maar de aquariaan hoeft er niet van wakker te liggen, want die heeft dankzij noeste arbeid van Charles en zijn maatje Adriaan Briene, die helaas in Thailand omkwam bij een poging een zwemmer in nood te redden, de beschikking over een zogeheten calculator die na invoeren van de gemeten gehalten aan nitraat en fosfaat, de waterinhoud van de bak en de concentratie van de stam- of stockoplossing van de stikstofleverancier kaliumnitraat (KNO3) en de fosforleverancier dikaliumwaterstoffosfaat (K2HPO4) adviseert hoeveel van beide oplossingen aan de bak moet worden toegevoegd. Daarbij wordt ook geadviseerd al dan niet eerst en hoeveel dan wel aan water te verversen. Dat laatste gebeurt aan de hand van grenswaarden met het oog op acceptabele condities voor de planten en vooral de vissen. De berekeningen gaan uit van tenminste 5 mg/l en ten hoogste 15 mg/l nitraat. De grenswaarden voor fosfaat zijn aan de nitraatwaarde gekoppeld in een verhouding 16:1. De aan te maken stamoplossingen (hoeveelheid vaste stof op te lossen in een bepaalde hoeveelheid water) worden geadviseerd op 50g KNO3 op 500ml (=0.5l) en 1g KH2PO4 op 50ml water.

In de calculator zijn als voorbeeld wat getallen ingevuld. Die moet de gebruiker uiteraard veranderen in de waarden die voor hem van toepassing zijn. Ook komt er de term Buddy Ratio in voor. Die term heeft spreker ingevoerd omdat de Redfield Ratio eigenlijk alleen geldt voor de verhouding 16:1. Elke andere waarde zou je dus de N/P-verhouding moeten noemen. Dat ‘bekt’ niet lekker en dus heeft Charles daarvoor – in alle bescheidenheid – de term Buddy Ratio verzonnen. Buddy staat natuurlijk voor Buddendorf, maar dat leek hem te veel van het goede. Bovendien noemen zijn vrienden hem Buddy …

 

Redfield ratio Calculator

> naar boven

Invullen

iGemeten

 

 

Nitraat (NO3):

mg/l

Fosfaat (PO4):

mg/l

 

 

 

iStockoplossing

gram

ml

 

         

 

 

 

iAlgen        

 

 

 

i Aquarium

 

 

Netto inhoud

liter

 

 

 

Ideaal

Redfield ratio

(tussen 10 - 22)

Buddy ratio i

(tussen 7 - 13)

 

 

 

Stap 1.

 

 

Verversen

 

 

 liter ( =  % van de netto inhoud)

Stap 2.

 

 

Toevoegen

 

 

Ml

Ml

Opmerking

 

 

©  Charles Buddendorf, 2003- 2011

Laatst gewijzigd: 26 december 2008

 

De te gebruiken stoffen hoeven natuurlijk geen chemisch zuivere stoffen uit de apotheek te zijn. Gerrit Spaans meldde dat die stoffen tegen zeer hebbelijke prijs zijn aan te schaffen via www.aquariumbemesting.nl.  Op die site zag ik dat de firma een andere fosfaatverbinding levert dan waarmee de calculator standaard rekent. Spreker meldde me desgevraagd dat daarin is voorzien. Als je (op de site!) in de calculator op het pijltje bij de K2HPO4 klikt, zie je een lijst met meerdere fosfaten. De reden dat K2HPO4 als eerste te zien is, is het gevolg van een overweging tussen prijs en hoeveelheid beschikbare kalium-atomen. Andere mogelijkheden zijn er ook, zelfs Na3PO4.

 

Aan het begin van zijn voordracht gaf Charles een algemeen overzicht van algsoorten. Er zijn een slordige 25.000 soorten bekend!

Groene algen: 7.000 soorten, waaronder de bekende draadalgen. Die nemen als gevolg van hun structuur gemakkelijker voedingsstoffen uit het water op dan de waterplanten. Neem een overmaat aan draadalg zo goed mogelijk weg en wel met behulp van de bekende stokjes-draai-methode. Doe je dat rigoureus, dan is de kans groot dat je de strijd in één keer hebt gewonnen. Dan krijgen je planten weer een kans en dan zit je zeker goed.

Kiezelalgen: 6.000 soorten. Die zijn verantwoordelijk voor de harde bruine aanslag op je ruiten. Zij groeien vooral op minder goed belichte plaatsen en zijn afhankelijk van in het water opgelost silicium. Als mogelijke bestrijding gaf spreker aan het gebruik van osmosewater ter verdunning van het drinkwater waarmee je ververst, dan wel door toevoeging van 15g zout op 100l water.

Rode algen: Daaronder vallen de baard- en penseelalgen. Die zijn lastig te bestrijden doordat ze hun voedingsstoffen uit het substraat halen. Hoewel die algen je niet zo gauw aan rood doen denken, wordt wel duidelijk waarmee je te maken hebt als je de alg in alcohol legt. Dan trekt de groene kleur (het zgn. bladgroen) weg en blijft rood over! Baardalgen groeien vooral op niet meer zo vitale bladeren, penseelalgen vooral op kienhout.

Spreker bleek zeeaquariumervaring te hebben. Hij toonde een beeld van zijn bak die als gevolg van een explosie van rode pluisalg helemaal roze kleurde. Hier hielp het paardenmiddel stoppen met water verversen. Zodra er weer ververst werd, stak de plaag de kop weer op!

Blauwalgen: 2.000 soorten. Zij steken vooral de kop op bij een hoog P-gehalte. N is van minder belang. Je treft blauwalgen vaak het eerst aan aan het oppervlak en dan vooral bij drijfplanten. Dat komt doordat blauwalgen in staat zijn atmosferische stikstof op te nemen.

 

Tot slot nog wat losse flodders:

Algproblemen kunnen ontstaan door de volgende zaken:

·         Gebrek aan stroming

·         Dood blad dat niet wordt opgeruimd kan veel fosfaat afgeven

·         Dooiwater van diepvriesvoer is rijk aan fosfaat; in een zeefje laten ontdooien en dooiwater wegspoelen

·         Oud kienhout kan gaan rotten; weg ermee!

·         De eventueel aanwezige kleibodem kan uitgeput zijn geraakt: aanvullen dus.

·         Een meetset heeft maar een beperkte houdbaarheid. Let daarop bij aanschaf en bewaar de set in de koelkast. De nauwkeurigheid neemt af na ongeveer een jaar.

·         Alle planten in één keer vervangen of verplaatst.

·         Te veel gerommeld in de bodem.

·         Verversen als routine; soms is het beter maar eens wat minder te doen.

 

Alternatieven ter bestrijding/voorkoming:

·         Garnalen en alg-etende vissen: Garnalen eten liever jonge dan oude algen. Algeneters kunnen met hun schrapen je bladeren beschadigen

·         Gebruik meer water- dan moerasplanten

·         Gebruik bij het opzetten van een nieuwe bak water uit een gezonde bak of hang een builtje met bosgrond in de bak ter initiëring van het bacterieleven. Neem vooral de tijd: eerst je planten laten aanslaan en dan pas beetje bij beetje vissen toevoegen en die spaarzaam voeren

·         Laat hout niet te lang in je bak: haal het eruit als het zacht aan gaat voelen

·         Nitraat kan verlaagd worden door dagelijks 1ml Wodka aan 100l water in je bak toe te voegen! Gebruik liever niet meer dan 2 ml/100l/dag, anders kunnen de vissen zuurstoftekort krijgen.

 

Ik citeer het slotwoord van de site van spreker:

Natuurlijk moet een aquarium nog steeds aan een paar voorwaarden voldoen. Water verversen zal nodig blijven (alhoewel misschien niet meer iedere twee weken), een gezond plantenbestand blijft noodzakelijk, CO2 zal nog steeds zorgen voor een veel betere plantengroei, licht en warmte blijven een must. U moet de Redfield ratio dan ook zien als een toevoeging op wat we inmiddels al weten over aquarium houden. Als een zeer nuttig wapen in de strijd tegen algen. Want, zeg nou zelf, aquarium houden wordt pas weer leuk zonder (al te veel) algen!

 

Ik vond dit een nuttige lezing die bijzonder behapbaar en prettig werd gebracht. Dank Charles!

 

Loek van der Klugt