Verslag van de avond van 17 september 2013

 

Voor de eerste avond na de vakantie was Frans Maas uit het verre Limburg uitgenodigd om een lezing over dwergcichliden te komen houden. Daar waren veel mensen op afgekomen waaronder een paar gasten. Ze moesten echter wel even geduld hebben omdat Frans Maas wat moeite had om onze locatie te vinden. Tot overmaat van ramp wilde de beamer eerst niet starten maar gelukkig had Piet Muller een oplossing waardoor we uiteindelijk om 20:25 toch van start konden gaan met de lezing: ‘Reuze plezier met dwergcichiliden.

 

 

Frans begon zijn verhaal met een van de eerste dwergcicliden die hij heeft gehouden, te weten: de Pseudocrenilabrus nicholson, een muilbroedende dwergciclide uit West Afrika en de Nijldelta. Maar wat is nu eigenlijk een dwergcichlide? Dat staat nergens in de literatuur beschreven. Frans houdt het er maar op dat we onder de verzamelnaam dwergcichliden de soorten verstaan die rustig van gedrag zijn en niet het hele aquarium gaan verbouwen en andere vissen de tent uitjagen. Berucht voorbeeld van een niet dwergcichlide is de Cichlasoma octofasciatum of te wel de Jack Dempsey chichlide. Deze vis is niet voor niets vernoemd naar een beroemde bokser en staat dus niet bekend als een voorbeeld van een vredelievend visje. Als je zo’n vis zomaar in een gezelschapaquarium gaat houden kun je moeilijkheden verwachten. Het is meer een vis voor een speciaal aquarium met veel ruimte en gelegenheid voor een territorium. Onwetendheid heeft reeds menig visje het leven gekost.

 

De Pseudocrenilabrus nicholson is wel vredelievend en het is fascinerend om te zien als de jongen van deze vis bij mogelijk gevaar onmiddelijk in de bek van het dier verdwijnen. De vis is bovendien het aanzien meer dan waard en kent een grote kleurvariëteit. Heel kenmerkend zijn de geprononceerde blauwe lippen van het dier.

 

Bij het onderkennen van de verschillende soorten dwergcichliden is de vorm van de rugvin en staartvin een belangrijk hulpmiddel. De kleur van de soort kan afhankelijk van de vindplaats nl. sterk verschillen en geeft derhalve geen volledig uitsluitsel.

 

Veel kleurvarianten kom je bv. tegen bij de bekende Apistogramma agassizii. Niet alleen in natuur zelf maar ook worden voor de handel veel kleurvarianten gekweekt met bv. rode staarten. Frans heeft een duidelijk voorkeur voor de natuurlijke kleur van de dieren.

Bij dwergcichliden zijn de vrouwtjes vaak wat kleiner dan de mannetjes en hebben ze ook meestal minder kleur. Frans Muller is wel van mening dat in de handel aangeboden vrouwtjes vaak te klein zijn.

 

Om echt de pracht van dwerg cichliden goed tot haar recht te laten komen zult u de dieren moeten huisvesten in een rustig aquarium met gedempt licht en veel schuilplaatsen voor de holenbroedende soorten. Om een rustige bodem te krijgen kunt u gebruik maken van zgn morenensteentjes. Dit zijn platte gletsjer steentjes. Kies dan vooral de donkere exemplaren. Wat ook een leuk effect geeft zijn beukenbladeren. Daarbij had Frans de tip om de bladeren van de haagbeuk te gebruiken omdat die veel langer goed blijven in het aquarium.

 

Zorg ook voor een optimale waterkwaliteit. Over het algemeen houden deze vissen van zacht en zuur water. Geef ze levend voer en u zult versteld staan van de pracht van deze dieren. Overigens worden dwergcichliden over het algemeen niet bijzonder oud (gemiddeld 2 a 3 jaar). Wim Tomey gaf daarbij aan dat hij denkt dat ook de continue hoge temperatuur in een aquarium niet bevorderlijk is voor een lange leeftijd van de dieren. Ook in de natuur varieert de temperatuur van het water aanzienlijk en zal dieper in het water de temperatuur flink lager zijn.

 

Frans liet fraaie plaatjes zijn van o.m.: Apistrogramma trifaciata, Apistogramma bitaeniata, Apistogramma borellii, Apistogramma cacatuoides, Apistogramma nijsseni, Apistogramma macmasteri, Apistogramma viejita, Apistogramma elizabethae en de zeer fraaie Apistogramma atahualpa. Het zij hem vergeven dat hij af en toe niet meer op de namen kon komen (dat zijn de ongemakken van de ouderdom) maar met behulp van de zaal kwamen we een heel eind.

 

Naast de bekende Apistogramma soorten kwamen ook andere dwergcichliden soorten langs als de bekende Microgeophagus ramerezi (antennebaars), Microgeophagus altispinosus en Laetacara curviceps.

 

Een oudgediende is de sleutelgatcichlide Cleithracara maroni. Niet een hele kleine clichlide maar vanwege zijn rustige karakter zeker geschikt voor een gezelschapsbak. Uit eigen ervaring kan ik dat beamen.

 

Vissen die goed samen met dwergcichliden kunnen worden gehouden zijn o.m. bijlzalmen, Corydoras-soorten en Hyphessobrycon-soorten. Ook samen met maanvissen gaat goed.

 

Omdat de tijd inmiddels begon te dringen moest Frans zijn verhaal helaas in korten. Hij besloot zijn interesante lezing met een oproep om de hobby in verenigingsverband in stand te houden omdat je aquarium houden niet in je eentje kan doen. Je heb anderen nodig om tot  een hoger niveau te komen en het is ook leuker om met anderen over de hobby te  kunnen praten. Daarbij sluit ik mij van harte aan.

 

In een rap tempo werd ten slotte de plantenverloting er door Piet heen gejast en daarmee was deze avond weer voorbij.

 

Tot de volgende keer.

 

Jan de Reus